Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schippersraad opgericht, elk met de taak om de in Hoofdstuk I genoemde bezwaren zooveel mogelijk te ondervangen. De plaatselijke predikanten besteedden hun aandacht aan het moeilijke vraagstuk, de Schippersraad hield hen door het zenden van circulaires op de hoogte van den stand der zaken; waar meerdere predikanten waren, belastte zich een van hen met de speciale zorg voor de schippers en zoo ontstond er een groote, landelijke organisatie, die, al is het probleem dan niet geheel opgelost, toch reeds veel belangrijke punten tot klaarheid heeft gebracht.

Als vertegenwoordiger stelde de Raad in 1935, toen onder voorzitterschap van Mr. Dr. J. Schokking, den Heer C. R. Plomp (cand. theol.) aan, thans predikant te Oosterhout. Zijn taak was het, de predikanten in de verschillende gemeenten te wijzen op het groote belang, dat de Raad wilde dienen; en hen op te wekken, zeker: tot het doen houden van een collecte, doch ook, waar dit maar mogelijk was, tot het verleenen van hun steun bij de oprichting van plaatselijke afdeelingen.

De legitimatiebewijzen.

Wat deed nu de Raad t.a.v. de moeilijkheden, die zich voordeden bij Doop en Avondmaal ? Ze begon met het uitreiken der legitimatiebewijzen, z.g. „kerkelijke passen". Op dit bewijs staan behalve naam, geboortedatum en domicilieplaats van den schipper ook de data vermeld, waarop hij gedoopt is, belijdenis des geloofs heeft afgelegd, benevens de namen, geboortedata enz. van vrouw en kinderen. Maar: het verzamelen van deze gegevens was moeilijker, dan men aanvankelijk dacht. Mej. C. Gijzel, de administratrice van den Raad kreeg vele „slappe modellen" *) slechts half ingevuld terug. Van onwil was hier geen sprake, doch men wist vaak niet meer, waar men was gedoopt, of in welk jaar men, wanneer dit het geval was, belijdenis des geloofs had afgelegd. Dan moesten de kerkeraden worden aangeschreven, hetgeen veel tijd in beslag nam, vooral daar in de eerste maanden het antwoord dikwijls lang uitbleef. Gelukkig komt hierin reeds een verandering ten goede, daar de meeste kerkeraden thans overtuigd zijn van het groote belang, dat door de legitimatiebewijzen wordt gediend.

Echter waren er nog andere moeilijkheden, van meer psychologischen aard, die men 't hoofd moest bieden. De legitimatiebewijzen werden, vooral in den beginne, met wantrouwen bejegend: „Wat wilde men toch met zoo'n papiertje; was het voor „steun", was het misschien om een zekere controle uit te oefenen? , dat waren de gedachten, die zich bij vele schippers hadden vastgezet en ook de bezwaren bij het laten maken van de vereischte pasfoto waren legio.

1) „Slappe modellen": invulformulieren, waarop voorloopig de gegevens worden vermeld, om daarna in het kaartregister en op de legitimatiebewijzen overgenomen te worden.

Sluiten