Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Levertraan of Lancet.

Hoe vaak heeft Jezus bij ons aan de deur geklopt en hebben we die niet willen openen. Hoe vaak stond daar de grote Medicijnmeester, de Enigste die ons kerni reddenvan alle kwalen, toen we Hem het meest van node hadden. We w* en niet hoe ziek we waren; Hij wèl en Hij zag door die gesloten deur hoe de ziekte in onze ziel en in ons lichaam zijn vernielend werk voortzette.

We kunnen het enigszins vergelijken met een zware zieke, die elk drankje weigert, uit vrees dat het zo bitter zal zün. Beter worden willen we dolgraag, daar zien we eiken dag op ons ziekbed naar uit, mits we maar geen medicijn behoeven te slikket Soms bestaat er geen ander middel dan een bitter vocht soms bestaat er geen herstel zonder dat de chirurg er diep het mes in zet.

Een! zei iemand: „Hebt u ooit levertraan geproefd? Nu als ik van een kerk hoor of iets wat daarmee te maken heeft, moet ik eraan denken!"

Op z'n zachtst uitgedrukt was dit heel onvriendelijk maar laat dit nou eens zo voor dien man geweest ^J*™^1^ maar, dat levertraan hem eens zijn gezondheid had weer gegeven. Hoe vaak overkomt het u en mij, dat na een onsmakelijke drank of pijnlijke behandeling van den geneesheer een^tijdelijke genezing intreedt. We gevoelen ons dan een hele tijd gezond en frisch, denken niet meer aan de geneesheer, niet meer aan het drankje, we kunnen weer ons dagelijks werk, na geruimen tijd treedt weer een zekere ongesteldheid in, we moeten weer naar den dokter, maar nee dat kunnen we niet. O nee verbeeldt u eens dat hij weer levertraan, verbeeldt u eens dat hij weer die vreeselijke lancet zou moeten gebruiken. Laten te het maar eens zelf proberen met een of -der^huism^ddel,^ A had immers zo'n prachtig profijt van dat en dat; B, deed het tamS ook zelf. Nee, we hebben de dokter f nu net meer bij nodig. Zo gebeurt het, dat we van het ene tot het andere

Sluiten