Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•HOE HET BEGON.

20 Januari 1939 was aan de Kerkvoogdij deze brief gezonden:

Aan Heeren Kerkvoogden der Ned. Herv. Kerk

te Groningen. Zeer geachte Heeren! Het zal U bekend zijn, dat we hier twee keer op een Zaterdagavond uit de Psalmen „van Hasper" hebben gezongen in de Der Aakerk, begeleid en gesteund door het Jeugddienstkoor. Mede moge het U bekend zijn, dat deze Psalmberijming ook door de Roomschen is geaccepteerd. Hun hier ter stede werkzame vereeniging „Geloof en Wetenschap" heeft zich nu met mij in verbinding gesteld, of we ook niet eens zoo'n avond mede voor hun leden zouden willen geven in een van onze kerken, liefst in de Der Aa. Het Jeugddienstkoor heeft zich bereid verklaard om met zijn Directeur, onzen Organist, dan weer mede te werken, terwijl een koor, onder leiding van den Heer Ponten, dan eenige Gregoriaansche liederen ten gehoore wil brengen, waarvan de tekst tevoren met mij wordt vastgesteld, terwijl ik bereid ben U die desgewenscht nog te laten zien. Het zal U dan blijken dat ook deze liederen zóó gekozen zijn, dat de geloofswaarheid „eene, heilige, algemeene christelijke Kerk" daarin naar voren komt. Maar toch zal het Psalmzingen hoofdzaak, hoofddoel en hoofdschotel zijn. Het geheel zal staan onder mijn leiding. In een bespreking met de R.K. geestelijken ten huize van den Deken, is een en ander vooraf besproken; deze zaak heeft hun aller volle sympathie, en de kosten, die door U gevraagd zullen worden, zullen door die Vereeniging worden betaald. Zou ik nu spoe-

Sluiten