Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rust geven Wie tot Mij komt zal ik geenszins uitwerpen ..

Wie in Mij gelooft heeft het eeuwige leven."

Hoe duidelijk wijst de apostel Johannes eiken zondaar naar Jezus-Christus, alléén naar Hem. „Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij den Vader, Jezus-Christus den Rechtvaardige en Hij is eene verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonde der geheele wereld (1 Joh. 2 : 1, 2).

Hij is de eenige redplank voor den schipbreukeling.

Van Hem zegt de apostel Petrus: de zaligheid is in geenen andere; want er is ook onder den hemel geen andere naam, die onder den hemel gegeven is, door welken wij moeten zalig worden. (Hand. 4 : 12).

Hoe is het mogelijk, vraagt wellicht een Roomsen-Christen, het bestaan der biecht te loochenen?

Het is toch ontegensprekelijk waar, dat Christus de biecht heeft ingesteld, toen Hij op den avond van den Opstandingsdag aan de tien aanwezige apostelen verscheen, op hen blies en sprak: Ontvangt den h. Geest, zoo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven, zoo gij iemands zonden houdt, dien worden zij gehouden (Joh. 20 : 22, 23).

Het is toch klaar als de zon, zoo redeneert de Roomsche theologie, dat hierdoor Christus de macht verleende aan de apostelen om de zonden te vergeven en wel zoo, dat zij als rechters werden bekleed met de macht om menschen van hunne zonden vrij te spreken of indien noodig, ze te houden.

En aangezien tot het einde der tijden de geloovigen eilaas! in zonden kunnen vallen, is het noodig dat opvolgers der Apostelen deze macht blijven uitoefenen.

Daarom is aan de priesters dezelfde macht verleend, opdat zij in het Sacrament der biecht de aan hen beleden zonden zouden vergeven. Daarom is hun verleend die zelfde machtsuitoefening, welke Jezus gebruikte toen Hij sprak tot den geraakte: uwe zonden zijn u vergeven ....

Welk antwoord geeft daarop een Bijbelsch-Christen? 0.m. het volgende:

Voor een Roomsch-Katholiek die de leer zijner Kerk als een goddelijke uitspraak aanvaardt, wanneer zij verklaart dat de biecht een Sacrament is door Christus ingesteld om de zonden te vergeven, is bovenvermelde tekst'achteraf uiter-

Sluiten