Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een tweede plaats, waar henen vele van onze voorouders zijn gevlucht, is Frankendaal, een voormalig klooster bij Worms. Laat mij kortelijk verhalen door welke gebeurtenissen ook derwaarts onze vluchtelingen zijn heengedreven.

In 't najaar van 1553 zijn, zoo als bekend is, na Koning Eduard's dood honderd vijf en zeventig leden der Nederlandsche Gemeente te Londen uit Engeland geweken, om onder leiding van a Lasco een veilige schuilplaats te zoeken, a Lasco had zijn hoop gevestigd op Denemarken. Doch zijn hoop werd bedrogen. De bekende Utenhove, van wien wij nog een psalmberijming hebben, behoorde ook tot de zoo even genoemde 175 en heeft een verhaal nagelaten van hunne wederwaardigheden. Daaröit weten wij, dat Koning Christiaan III van Denemarken a Lasco met onderscheiding behandelde, doch niet te bewegen was zijn reisgenooten gastvrijheid te verleenen. Was hij dan geen Protestantsch Vorst? Hij was het, maar hij was Luthersch, en a Lasco was een vriend der Zwitsersche Hervormers, en de Deensche hofprediker sprak naar het hart des Konings, toen hij zeide, dat men eerder de Pausgezinden dan de Zwinglianen dulden mocht. De ten tweedemale gebannen Nederlanders moesten elders een schuilplaats zoeken. Men nam niet in aanmerking hun vermoeidheid van de zeer onvoorspoedige reize; niet de guurheid van het jaargetijde, waaraan hun zwangere vrouwen en teederekinderen zouden worden blootgesteld — zij werden gelast ten spoedigste het deensche rijksgebied te verlaten. Tot ons leedwezen moeten wij berichten, dat zij de Lütherschen te Rostock, Wismar, Lubeck en Hamburg even bekrompen, even onverdraagzaam en onbarmhartig vonden, en eindelijk besloten zich te wenden naar Emden. Daar zouden zij niet worden te leur gesteld. Zij werden het ook niet. Maar hun bescheidenheid gedoogde niet langer gebruik te maken van een gastvrijheid, die alreeds op zulke zware proéven werd gesteld. Zoo gingen zij dan uiteen: sommigen togen naar Danzig, anderen naar Wezel, weder anderen naar Frankfort a/d. Main. Derwaarts werden zij in 1555 door a Lasco gevolgd. De Nederlandsche Gemeente verkreeg door zijne bemoeiingen een eigen kerk en alles zou goed zijn gegaan, indien > niet ook daar de Luthersche zuurdeesem gistinghad te weeg gebracht. De Gereformeerde vluchtelingen uit Londen konden er niet langer blijven en zagen zich in 1561 genoodzaakt weder een ander verblijf te zoeken.

Velen begaven zich naar Frankendaal, en het duurde niet lang of de vroeger weinig aanzienlijke plaats werd door de derwaarts stroomende Nederlanders een aanzienlijke stad. Beroemde predikers hebben die gemeente opgebouwd, en gediend met hunne gaven. Wij noemen hier slechts den vromen Caspar van der Heyden, wiens levensloop bijzonder rijk is aan wisselingen en treffende uitreddingen. Hij was meer dan eens predikende te Antwerpen; is te Londen, te Emden, te Amsterdam

Sluiten