Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sen: mij is zoo iets evenwel nog niet in handen gekomen. Minder bevreemdend is de vergissing van den vertaler, alsof er nevens den Franschen tekst, dien hij volgt, ook nog een Latijnsche had bestaan: de Commentaires zijn wel, zoo ver ik weet, slechts in het Fransoh uitgegeven, maar dikwerf wordt voor een vertaling aangezien de vrije navolging die de Serres er van naamloos gegeven heeft onder den titel: „Eerum in Gallia ob religionem gestarum libri tres, regibus Henrico II, Francisco II et Carolo IX — 1570", en die later herdrukt is als eerste stuk zijner „Commentario de statu Religionis et Eeipublicae in Eegno Galliae" over welk boek en zijn auteur zie Marchand, Diction. Hist. i. v. De titel der Hollandsche vertaling luidt aldus:

Warachtighe beschryvinghe van den Standt der Eeligien ende t'ghemeyne welvaren onder den Coniirghen van Francriick Henrico de tweede, Francisco de tweede ende Carolo de neghende gheschiet. Wt den Franchoysche in Nederlantsche tale door eenen liefhebber der waerheyt overgheset, seer nut ende profiteliick door den teghenwoordighen tiit voor

den Nederlanden Anno 1567, 20 Octob.

(kl. octavo, 692 blz., buiten voorrede en naschrift).

Geen naam van den vertaler, geen toespeling zelf die op hem schijnt te doelen komt in het lijvige boekdeel voor. Maar nu ons vermoeden eens op Fruytiers gevestigd is, herkennen wij zijn hand duidelijk genoeg. De berijmde toespraak aan het slot: „Tot de drie Staten van Nederlant", is geheel in zijn welbekenden trant. Hij spreekt ook reeds hier, in zijn „Tot den lezer", zoo als later zoo vaak, over de voortzetting van zijn arbeid:

Hier hebt ghy, beminde leser, het eynde van desen

Sluiten