Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote winsten gemaakt worden, die ten goede komen aan den belastingbetaler. Maar dan valt hier niet anders te con* cludeeren, dan dat van de bedragen, die hier opgebracht moeten worden, grooter aandeel komt voor rekening van de gezinnen en wel zóó, dat meer opgebracht moet worden naarmate het gezin — grooter en dus de draagkracht ge* ringer is. Is andere qualificatie mogelijk, dan dat het onge> looflijk en onzinnig is, dat het groeiende en uitgegroeide ge-zin in den vorm van indirecte belasting en van de genoemde te hooge vergoeding aan de publieke bedrijven een aanzien; lijk bedrag per kind en per jaar aan den fiscus te betalen heeft?

En dan noem ik tenslotte de maatregelen tot steun aan landbouw, tuinbouw, veehouderij en zuivelbedrijf, die een aanzienlijke prijsstijging van onze eerste levensbehoeften veroorzaken, waarvan ik als voornaamste noem: brood, aardappelen, boonen, erwten, vleesch, vet, spek, melk, boter, margarine, kaas. Ook bij deze regelingen heeft men geen aandacht gegeven aan het feit, dat er gezinnen zijn van zeer verschillende grootte, die toch voor hun bestaan aan* gewezen zijn op even groot inkomen van het gezinshoofd. En twee feiten heeft men hierbij vergeten: ten eerste, dat op groei en bloei dezer gezinnen bestaan en welzijn van ons volk berust; en ten tweede, dat kind en gezin — om het zoo samenvattend algemeen te zeggen — vermijdbaar blijken te zijn en ergo al meer vermeden worden; uit het voorgaande kan dit voldoende blijken. Wie meent, dat dit geschiedt uit gemakzucht, egoïsme, genotzucht heeft naar ik meen ten deele gelijk; maar stellig geschiedt dit ook uit verant* woordelijkheidsbesef en economische noodzaak tegen eigen verlangen naar kind en gezin in.

En de economische noodzaak wordt vergroot, doordat de Overheid het kind als belastingobject aanziet. Dat ik over de genoemde steunmaatregelen juist oordeelde, wordt be* vestigd van wel zeer bevoegde zijde; het oordeel der land*

Sluiten