Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevolking. De arbeider op den intellectueel, op den boer. op den werkgever. En omgekeerd ook de boer op den arbeider en den intellectueel. In het fascisme is dit vrije appèl onmo* gelijk: iedere corporatie komt slechts voor haar eigen recht op, en niet voor het recht van een andere corporatie. De man van de vrije beroepen strijdt voor zichzelf. De cor* poratie van industrieele werkgevers en industrieele werk* nemers strijdt voor zichzelf. En het is de regeering, die in de laatste instantie uitmaakt hoe de verschillende belangen moeten geharmonieerd worden. Corporatieve, formeele op* bouw van volk en staat is derhalve georganiseerd groeps* egoïsme, ondermijning van rechtsbesef van een volk in zijn geheel, want het wezen van alle wettige rechtsstrijd is het vrije beroep op het geweten van het geheele volk, is derhalve de vrije niet formeel*dwangmatige groepsvorming.

Men kan dit ook anders zeggen: de corporatieve opbouw is het beste middel om aan verdrukte minderheden voor goed het zwijgen op te leggen. Immers hun wordt onmogelijk gemaakt hun nood aan andere bevolkingsgroepen kenbaar te maken, hun wordt onmogelijk gemaakt om van andere bevolkingsgroepen inderdaad hulp te ontvangen. Een voorbeeld: Wanneer de Nederlandsche boeren zouden op* genomen worden in een corporatieve ordening als boeren, dan zouden zij van het oogenblik af dat zij in hun corpo» ratie waren georganiseerd, het vrije beroep missen op de andere bevolkingsgroepen. Als verongelijkte groep zou hun verongelijking niet worden opgeheven, maar worden vast* gelegd. Hetzelfde geldt voor alle groepen, die zich hun recht moeten verwerven.

Derhalve is juist ter wille van het juiste onderscheid tus* schen overheid en onderdaan, vrije groepsvorming in een volk noodzakelijk. Want zoo alleen kan de rechtvaardigheid worden gehandhaafd en zoo alleen wordt er een rechtsge* voel en een rechtsbewustzijn gevormd, die het mogelijk

Sluiten