Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dil op zoo stringente manier als door strenge handhaving van een wel, die sinds vele jaren vrijwel in onbruik is geraakt en niei meer in overeenstemming is mei de thans bestaande zeden en gewoonten?

De Regeering is van oordeel, dat voorzichtigheid hier geboden is in verband met de zoo zeer uileenloopende opvallingen en wenschen der bevolking. „Slechts stap voor stap dient de Regeering te dezen voorwaarts te gaan", schrijft zij in de Memorie van Antwoord op Hoofdstuk I der Siaalsbegrooting van 1939.

Voor deze opvatting is ongetwijfeld iets te zeggen.

In het algemeen moet de wetgever niet ruw ingrijpen in het maatschappelijk leven. „Niemand zal betwisten, dat de weigever steeds heeft ie rekenen met de zeden en gewoonten van zijn volk", schreef terecht Lohman in zijn werk „Onze Constitutie". „Maar dit rekenen met beslaande zeden beteekent niet, dat de wetgever deze slechts heeft te registreeren, m.a.w. dat de zeden steeds voorop moeten gaan en de wetgever moet volgen. De weduwenverbranding bij de Hindoes, de slavernij in de Zuidelijke Staten van Noord-Amerika, het koppensnellen op Borneb waren door de eeuwen geijkte zeden: toch zullen weinigen het veroordeelen, dat de Overheid daaraan een einde maakte. Er is wisselwerking tusschen wel en zeden. Moet eenerzijds de wet rekening houden mei bestaande zeden, anderzijds kan van de wel een invloed ten goede op de zéden uitgaan. Mei het oog op dien invloed ten goede kan somtijds krachtig ingrijpen gewenscht zijn. De leerplichtwei ten onzent levert hiervan een sprekend voorbeeld. Bij een referendum zou die wet vermoedelijk zijn verworpen; in de Tweede Kamer stonden vijftig voorstanders tegenover vijftig tegenstanders, en zou zij bij gevolg zijn verworpen, indien niet door een hem overkomen on-

Sluiten