Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen, ik kan mijn stem niet veranderen, te minder omdat de Regeering halsstarrig op den ingeslagen weg voortgaat. Hare maatregelen maken het leven steeds nog maar duurder. Verzekeringslast op de bedrijven gelegd en crisis-maatregelen drukken zelfs op de allereerste levensmiddelen. Het leven van staat en maatschappij wordt op een maar al te hoog peil gehouden, ten genoegen van een volk, dat dansende en spelende, gelijk eens de opvarenden op de Titanic, met open oogen zijn ondergang tegemoet gaat. Op onverantwoordelijke wijze wordt met de financiën des Rijks omgesprongen, door de wel aangekondigde maar beslist nagelaten maatregelen, die vereischt worden om de uitgaven naar de ontvangsten te zetten.

Negen vooraanstaande financiers, onder wie nog wel de president van de Nederlandsche Bank, hebben een noodkreet doen hooren en in een goed gedocumenteerd adres aan dr Colijn den ernst van den financieelen toestand voor oogen gehouden. Zij berekenden dat de Staatsschuld sinds 1930 gestegen is met vijftienhonderd millioen gulden. Zegge met vijftienhonderd millioen gulden gestegen en dat onder de regeering van Colijn. Ten rechte schreven zij» dat dit een weg is die regelrecht naaiden afgrond voeren moet.

En wat denkt gij ? Trok zich de Regeering er iets van aan ? Niet het minste. De Minister van Financiën maakte zich van dit ernstig rapport met een lachertje in de Tweede Kamer af. Hij kon op den steun der Kamer wel rekenen, want de groote meerderheid wil van een goedkooper levenspeil niet weten. Voort holt de natie: voort, als geen bijzondere verandering spoedig intreedt, het staatsbankroet tegemoet.

De ijzingwekkende verzwaring van den schuldenlast, die nog steeds aanhoudt, niettegenstaande de belastingen tot in den top zijn opgevoerd, moest de Regeeririg dringen tot afsnijden van alle uitgaven, die ariet strikt noodzakelijk zijn. Maar trots den ernst des tijds, dien de overheid onderkennen moest, zelfs niettegenstaande alle ernstige waarschuwingen, blijft een maar al te duur leven gehandhaafd. Te duur is ons onderwijs; te duur sociale zaken; te duur het ambtenarenhate? te duur geheel het staatsbestel. Tonnen gouds worden uitgegeven alsof het een peulschilletje was, voor tentoonstellingen, waarvan ieder het nut voor den handel betwijfelen moet en voor openbare leeszalen, die dag aan dag de meest godonteerende en zedenverwoestende lectuur onder het volk brengen. Vooral Rome plundert onze publieke kassen. In één woord het is alsof de Regeering den ernst van den toestand niet zien wil.

Sluiten