Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die het Recht der Hervormde Gezindheid bepleit had, dat hervormde leeraars meenden vrijelijk te mogen schenden en met voeten treden, slechts als een geheime formulierknecht gelden kon.

Zijne tegenstanders duldden niet, dat hij de zaken der staatkunde met die van den godsdienst vermengde, en de betrek; king van den politieken strijd met den kerkehjken in het licht stelde. Hierdoor, meenden zij, was de godsdienst, het kerkgeloof, het politieke partijvaandel geworden.

«Geworden?" antwoordde de.heer Groen van Prinsterer vragend, „voor mij ten allen tijde geweest. Partijvaandel. Waar de ongeloofstheorie elk levensgebied overmeestert, daar kiest de Evangeliebelijder partij. Partijvaandel. In 1831 schreef ik: „De opmerking luidt zonderling en is volkomen juist, dat de worsteling, die nog zooveel onheil voorspelt, een religiestrijd is. De politiek willen wij door ons geloof dood en, zegt men. Niet do oden, maar heiligen. En inderdaad er is hier, in den meest verheven zin van het woord, een strijd op en om leven of dood. Uwe politiek is op het dood en van ons geloof, op de verkwjjning van het bovennatuurlijk Evangelie in den smeltkroes uwer humanistische wijsbegeerte bedacht. Het geloof, den heiligen overgeleverd, is tegen elke vuurproef bestand. Er is, ook in de Nederlandsche Hervormde Kerk, gebonden, maar nog niet ontbonden; er is in elke gemeente, die den Zone Gods belijdt, nog levenskracht tegen eene richting, die een Christendom van eigen vinding voor het Evangelie in de plaats stelt; een denk-, een droombeeld; en die, nederknielend voor dezen filosofisch en afgod, elke geopenbaarde, elke niet door rede of ervaring bewijsbare waarheid verwerpt; die het Christendom als eene bijgeloovige dwaasheid veracht; voor wie het een voorwerp, minder nog van spotternij dan van haat is; ja, van volkomen en dweepzieken haat; als .zijnde deze tot dusver onuitroeibare sekte het meest krachtige en dus ook het meest heillooze beletsel van de~ ontwikkeling der menschheid."

Zijne vrienden, de herders en leeraars vooral, die zijne richting bedenkelijk geoordeeld hadden voor Kerk en Staat, wees hij op vriendelijke wijze terecht met het woord van Vinet: »un pasteur fidéle est le noyau d'une Eglise." Zelfs in éen getrouwen leeraar is de kiem eener kerk. Zoo ik in de belijdenis mijner beginselen getrouw ben geweest, ligt ook aldus in éen persoon de kiem eener tegelijk politieke en kerkelijke partij, een kiem, nadat de zaaijer, die met tranen gezaaid heeft, zal zijn vergeten, wellicht vruchtbaar."

Sluiten