Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch beweert de heer Levy en met hem eene gebeele schaar van mannen, voortreffelijk in velerlei opzicht en vaak uitmuntende door kennis en deugd, dat zij, die op deze getuigenissen acht geven, die meenen dat geen rechtsstaat denkbaar is, waar eenvoudig het recht van den Hoogsten Wetgever, het recht van den Almachtigen, Alomtegenwoordigen, Albesturenden en Albezielenden God, om door zijne schepselen te worden erkend, geëerd, geloofd en gehoorzaamd, wordt ter zijde gezet of geloochend, dat zulken, zeg ik, die Gods Woord boven valsche wetenschap verkiezen, die zich door God omkneld en gedrongen gevoelen, die het beseffen, dat er eene keuze moet gedaan worden, maar geen andere keuze mogelijk is dan die van Christus ofBelial, staatsgevaarlijk zijn.

»Wie is de leugenaar," vraagt de Apostel der liefde , »dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de Antichrist, die den Vader en den Zoon loochent? Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet."

Zij, die dit aannemen en in Christus den Verlosser van zondaren aanbiddende, alleen van dezen God-mensch, dezen tweeden Adam, de geheele herschepping der menschheid en de gemoedsvernieuwing van iederen mensch verwachten, worden clericalen genoemd; zij, die het verwerpen of als eene individueele beweering, waarop verder niet behoeft te worden acht geslagen, aanmerken, tooien zich daarentegen met den naam van humanisten.

Het clericalisme alzoo de richting, welke de ontwikkeling der menschheid niet dan door middel van een bovennatuurlijke tusschenkomst uitvoerbaar en de bestemming der menschheid niét dan uit eene bovennatuurlijke openbaring te kennen, of anders dan met behulp van zulk eene openbaring bereikbaar waant; de richting, die daar tegenover staat, alleen omdat zij er tegenover is, geeft zichzelve den naam van humanisme.

Van het protestantsche clericalisme beweert de heer Dr. A. Pierson, aan wien deze bepaling van het clericalisme ontleend is, dat «het slechts kabalen maken kan", terwijl alleen het roomsche clericalisme eene levensbeschouwing vertegenwoordigt, die nog haar invloed doet gevoelen op den gang der staatkunde.

Maar tegen beiden moet, ook volgens hem, de moderne Staat, buiten allen kerkelijken of theologischen invloed, optreden, echt-menschelijke beschaving trachten te bevorderen en al die voorwaarden in het leven roepen, waarop ontwikkeling en emancipatie van den menschelijken geest plaats kan vinden. De moderne Staat zoude, door de Kerk als eene

Sluiten