Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

> GEDENKTEEKEN

„AAN DEN VOLKSGEEST EN HET LEGER VAN NEDERLAND, »in de jaren 1830 en 1831.

«Tot oprigtingsplapj^ van het gedenkteeken wordt aangewezen het midden van het Damplein te Amsterdam.

«Vorm en grondstof van het gedenkteeken wordt geheel aan de keuze van den kunstenaar overgelaten.

»Zonder dat zulks als een bepaald vereischte wcrdt gesteld, zal het ontwerp kunnen bestaan in eene ïontein, in verband met de Duinwaterleiding, met of zonder Gasverlichting.

» Bij nagenoeg gelijke verdiensten zal echter aan eene fontein de voorkeur worden gegeven.

«De vplgende teekeningen worden verlangd j

1°. Een algemeen grondplan van het gedenkteeken.

2°. Een opstand van elk der zijden, indien djft6 onderling in vorm verschillen.

8°. Eene doorsnede tot aanwijzing der constructie (ook van, de foutein, , .-. indien deze in het ontwerp voorkomt); benevens eene memorie van toelichting, en eene begrooting .TOri-t| de kosten van het Gedenkteeken, boven den beganen grond; welke kosten voor het werk boven den grond de som van achttien duizend guldens niet te boven mogen gaan,— met dien versmade alzoo, dat daarbij niet behoort gelet te worden op de kosten van fundeering, noch van >l! 'fiÜPXffifafi onder den grond, indien het ontwerp eene fontein ,pWfe voorstellen.

» De verlangde scha al voor de genoemde teekeninga* is,; 5 duim op de Ncderlandsche el.

«Bij besluit van Z. M. den Koning is de beoordeeling der in te zenden ontwerpen opgedragen aan den Baad van Be, stuur der Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten en aan dien van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs.

»De bekrooning van het ontwerp, dat het best aan het doel beantwoordt, gesranfidj door het Hoofdbestuur namens den Koning.

» De belooning bestaat in de groote Gouden Medaille, met het daarbij behoorende Diploma.

«Aan het naast daaraan bijkomende ontwerp zal — indien de ontwerper zulks niet mogt weigeren — een getuigschrift van het genoemde Hoofdbestuur, als accessit, worden toegewezen.

«Ter mededinging worden nitgenoodigd alle Nederlandsche Kunstenaars.

ï Algemeene Bepalingen.

«Art. 1. Alle stukken ter beantwoording dezer prijsvraag moeten, op het adres gemerkt met de letters M. K., vóór of uiterlijk op den vijftienden April achttien honderd vijf en vijftig (15 April 1855), vrachtvrij worden ingezonden aan het locaal der Koninklijke Akademie van Beeldende Kuti' sten te Amsterdam.

«Art. 2. Die stukken moeten, geteekend met eene spreuk of met een merk, voorzien zijn van een verzegeld briefje, waarop aan de buitenzijde dezelfde spreuk of hetzelfde merk zich bevindt, > benevens een kennelijk teeken, ter mogelijke terugvordering in geval van niet bekrooning.

«Art. 3. Het verzegelde briefje moet in.houden den naam, de voornamen, de kwaliteit en woonplaats van den ontwerper.

Sluiten