Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dochter der Kerk; niet omgekeerd. De Theologie immers is de stelselmatige, wetenschappelijke uiteenzetting van de geopenbaarde waarheid, welke door God aan de gemeente ter prediking en handhaving is toevertrouwd; derhalve een wetenschap, uit het geloof geboren en alleen op geloovig gebied bestaanbaar, maar overigens een wetenschap gelijk iedere andere, met een eigen terrein, eigen wetten, en rechten, en bevoegdheden. Tot die bevoegdheden behoort het recht om te beoordeelen, wie al of niet bink gegeven heeft tehuis te zgn op haar gebied ; aan wien dus de eigenlijk gezegde wetenschappelijke graad kan worden uitgereikt, die hem tot deskundige verheft. Deze graad is alzoo de ijk, de stempel, de ridderslag op wetenschappelijk godgeleerd gebied; en het Forum, de rechtbank, die, namens de Kerk, dezen graad moet toewijzen, is de Theologische School. Niet rechtstreeks wijst de Kerk hem toe, omdat zn geen wetenschappelijke inrichting als zoodanig is, maar predikster der waarheid; maar door hare Theologische School, die uit haar zelve geboren, en daarom het wettig orgaan is, waardoor zij in dezen handelt.

Op deze wijze ongeveer zon het Curatorium het beginsel willen omschrijven, waarnaar in onze Kerk, wat zgn toewijzing betreft, het (wetenschappelijk) Doctoraat zal moeten worden geregeld. Op de vraag evenwel, of de tijd om het te verleenen reeds geacht mag worden gekomen te zijn, meenen Curatoren, met het oog op de geschiedenis en den toestand der Theologische School tot hiertoe, ontkennend te moeten antwoorden. Zij achten, in één woord, als wetenschappelijke inrichting, de School daartoe nog te jong. Tot "dusverre heeft zij zich, in eminenten zin en bijna uitsluitend, moeten bezighouden met de opleiding van aanstaande dienaars des Woords, en kan zjj dientengevolge aan hare gelijktijdige roeping, het voortarbeiden aan de wetenschappelijke Gereformeerde Theologie, niet meer dan sporadisch hare krachten wijden. De tgd zal komen, is misschien onder Gods zegen reeds komende, dat zg ook van deze zijde zich zal kunnen legitimeeren; als wanneer zij door zelfstandigen theologischen arbeid toonen zal, dat de uitgeleide Kerk ook in dezen wat aan haren smader te antwoorden heeft. In den tusschentijd, die nog verloopen moet, zal de bescheidenheid, welke zij tot hiertoe heeft machtgenomen, haar niet anders dan tot sieraad kunnen zgn. Bescheidenheid is, ook voor een Kerk en een Theologische School, een „loffelijke deugd." Beter dat anderen tot ons zeggen: „Vriend, ga nooger op," dan dat we ons voorbarig een plaats kiezen, die we misschien nog niet waardig zouden vullen.

Ofschoon in beginsel dus aan de bevoegdheid der Kerk, om, door hare .Theologische School, den wetenschappelijke» graad van Doctor in de Theologie te verleenen, vasthoudende, adviseeren Curatoren de Synode toch met nadruk, van die bevoegd-

Sluiten