Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belijdenis tot een objectieve gemaakt is. Die bewering nu is een fictie. Blgkens officiëele bescheiden der Prov. Synode van Z. Holland is door de protesteerende leden wel degelijk objectieve schuldbelijdenis gedaan.

Op de vraag des Voorzitters, of de Synode zich met het advies van hare Commissie van Rapport vereenigen kan, antwoorden enkele broeders:

Het is ons uit het gehoorde niet duidelijk, waarover eigenlijk de kwestie loopt. Over de formeele zijde der kwestie kunnen wij wel oordeelen, maar wij hebben behoefte om het materie»!* van de zaak te hooren.

Nu wordt in breede trekken aanleiding, loop en stand der kwestie medegedeeld. Zekere schuldbelijdenis van J. de W., tegenover een ouderling, was niet zooals deze behoorde te zijn. Toch werd ze als een behoorlijke belijdenis door den kerkeraad aangenomen. Twee ouderlingen bedankten deswege voor hun ambt en een lid voor zijn lidmaatschap. In plaats der twee ouderlingen, die bedankten, werden toen twee nieuwe ouderlingen gekozen. Deze nieuw gekozenen wilden acht protesteerende leden niet als ouderlingen erkennen. De kwestie kwam voor de Classis en deze sprak uit: de kerkeraad heeft de fout begaan, dat hij de censuur van J. de W. zonder genoegzamen grond heeft opgeheven en de protesteerende leden zgn te beschuldigen, dat zij de nieuw gekozene ouderlingen niet wilden erkennen. Beiden moeten hun fout belijden. De kerkeraad deed het, en hadden de protesteerende leden het ook gedaan, dan was de kwestie uit geweest. Maar deze beriepen zich op de Provincie. De Provincie besloot: voortgaan met toepassing der censuur op hen, die weigerden hun fout te erkennen. Later deden zij toch belijdenis. Twee hunner echter, v. Dijk en Visser, verklaarden hunne belijdenis voor eene bloot subjectieve. Om echter goed te kunnen beoordeelen, dat het protest op een fictie, een misbegrip berust, worden de Notulen der Provinciale Synode van Z.-Holland, de zaak betreffende, gelezen. Uit die Notulen blgkt, dat de schuldbelijdenis der protesteerenden zoo objectief mogelijk is geweest.

Een der twee protesteerende leden, hier tegenwoordig, wordt gehoord. Hij verzoekt de stukken over en weer te hooren. Het brëede protest van hem wordt nu voorgelezen. Na het lezen van het protest verkrijgt hij op nieuw het woord, en verzoekt, dat de leden van N. en M. ook ondervraagd worden, daar deze met het protest instemmen. Dit wordt echter niet toegestaan, omdat zij niet geprotesteerd hebben. Lang houdt dit protest de Verg. bezig. Sommige broeders stellen voor, een Commissie te benoemen, om de kwestie in loco te onderzoeken, daar de geschiedenis zoo gecompliceerd is. Anderen ziin van oordeel, dat wij-als Synode geroepen zijn de formeele zgde der kwestie te behandelen en die is niet moeielijk. Eene Commissie zou

Sluiten