Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan ieders geweten overgelaten en thans- niet aan de orde.

Ten tweede de accidenteele kwestie: Hoe staat het met een Docent en Zendingsdirector, die in den dienst der Kerk zijn? Schieten zij te kort in hnn ambt, .de Kerk moet toezien. Wat den Zendingsdirector aangaat, moet de Zendingscommissie, wat de Docenten betreft, het Curatorium beslissen.

Ten derde de principieel e kwestie: Mag een dominé lid der Tweede Kamer zijn? De grondwet sluit hem uit. Wat verstaat men door bedienaren van -den godsdienst? Iemand, die zitting neemt, zegt ipso facto: ik ben geen bedienaar van den godsdienst meer. Hoe moeten wij het artikel in de grondwet opvatten? Iemand, die in werkelijken dienst is? Het volgende artikel bewijst, dat de wetgever het oog gehad heeft op het radïkaal. Thans vat men het anders op. van een verklaring "dpor de IIe Kamer weet spreker niets af. De practijk der dienstvaardigheid verklaart. De liberalen beschouwen het ambt van evangeliedienaar als eene betrekking, maar een leeraar, die zitting neemt in de Tweede Kamer zegt ipso facto: ik ben geen bedienaar van den godsdienst meer. Hij kan een goed christen zijn, maar hij mag niet doopen, avondmaal bedienen, bevestigen enz.

Nu komt de vijfde Prae-adviseur aan het woord. De accidenteele kwestie laat hij rusten. Op de principiëele: Is het eerlijk dat een bedienaar van den godsdienst zitting neemt in den gemeenteraad? enz. gaat bij in en wel in verband met de grondwettige bepaling. De Schrift zegt: „Alle ziele zij aan de machten, over haar gesteld, onderworpen, want daar is geen macht dan van God." Het woord macht beteekent hier gezag, wetgeving. Onderwerping aan de macht geldt ook voor de beteekenis door den grondwetgever aan het artikel toegekend. Er is gesproken van onvereenigbaar. Welke beteekenis heeft dat? De vorige spreker zeide: eerst later is men tot een andere zienswijze gekomen. Dat is niet waar. Tijdens de discussie over de wet is gezegd, dat men zich houden zou aan de Memorie van Toelichting. Hieraan heeft men zich te onderwerpen. De wetgever moet zelf verklaren wat de uitdrukking bedoelt. Hij wil niet dat iemand tegelijk aan het hoofd eener gemeente en lid der Tweede Kamer zal zijn. Dat is de intentie van den grondwetgever. Een concreet geval drong tot verklaring. Een Indisch predikant werd verkozen tot lid der Tweede Kamer. Een koninklijk besluit sprak uit: het grondwetsartikel is niet van toepassing op een emeritus-predikant. Waarom niet? Omdat hij geen gemeente meer heeft: Dit is later ook telkens zoo uitgevoerd. Doch al ware er afwjjking, dan nog gaat de beschouwing van oneerlijkheid niet door. Eene grondwet moet naar de natie omgebogen worden, niet omgekeerd. Wat zegt de grondwet van het armbestuur? Het is een voorwerp van aanhoudende zorg der Regeering. Toch heeft de gewone wetgever de organieke wet veranderd. Dat is eene ombuiging der grondwet. De

Sluiten