Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Was hij dat niet? De Zendingscommissie Ket het aan hemzelven over, of hij de benoeming wilde aanvaarden. Wat doen de christenen in andere landen? Stöckeb b. v. is na zijn lidmaatschap van den raad zelfs predikant te Berlijn gebleven.

Be laatste Prae-adviseur verlangt en krijgt het woord. Nu punt 1 en 2 uit het debat gelicht zijn, zegt hij, verliest het veel van zijne belangrijkheid. Met het grondwetsartikel nebben wij eigenlijk niets te maken. Wij behoeven niet vaderlijk te zorgen, dat de grondwet goed uitgevoerd worde. Maar de vraag is: maakt het oelang der Kerk en de aard van het ambt het geraden zitting te nemen in den gemeenteraad of in de Staten-Generaal en Provinciaal. Z. i. is er nog al onderscheid tusschen gemeenteraad en Provinciale en Generale Staten. De eerste bemoeit zich met allerlei kleine bezigheden. Een magistraat en volksvertegenwoordiger zijn ook niet gelijk te stellen. De kwestie verandert, als, een gemeenteraadslid ambtenaar wordt van den Burgerlijken stand. Dat een evangeliedienaar volksvertegenwoordiger wordt, is niet ongeoorloofd. Spreker kan zich best voorstellen, dat een evangeliedienaar den wensch bij zich voelt opkomen: kon ik in de Tweede Kamer eens getuigen in naam der Kerk. En nu de kwestie om den Christus gaat, wie kan beter de geestelijke zjjde in het licht stellen dan een dienaar des Evangelies? Het kamerlid doet dan mondeling wat deze Synode schriftelijk doet. Maar de Kerk mag eischen van hare dienaren: gij moogt geen enkel deel van uw dienst staken, gij zijt en blijft evangeliedienaren, ook al zijt gij in de Tweede Kamer. Prediking en sacramentsbediening behoort tot uw ambt. Als spreker voor de Tweede Kamer verkozen werd, zou hij ronduit zeggen: ik blijf predikant. Dat zou eerst heel wat sensatie maken, maar men zou toch toegeven. Spreker eindigt met te zeggen: principieel bezwaar voor den evangeliedienaar om in de Tweede Kamer zitting te nemen heb ik niet, wel om lid te zgn van den gemeenteraad en van de Provinciale Staten.

Abt. 230.

Na deze belangrijke prae-adviezen wordt het punt aan de discussie overgegeven. De eerste spreker wil slechts een wenk aan de Vergadering geven. Zij blijve bij het bepaalde in 1866, en late het aan ieders geweten over in hoever hij deel neemt aan staatkundige betrekkingen. Op de vraag, of wjj dan den weg niet openlaten voor willekeur, antwoordt hij: neen. Art. 12 der D. Kerkorde biedt waarborg inde bepaling: tenzij om groote en gewichtige oorzaken. De Synode late het oordeel aan de Classis over en beslisse niets. Mocht eene Classis eens verkeerd handelen, dan komt de Synode voor een concreet geval te staan. Totnogtoe is aan een beslissende uitspraak geene behoefte.

Sluiten