Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet allereerst TJ, maar het Hoofd der gemeente diende. Ik. ben in den arbeid, gesterkt, ook door uwe hulp. Vaak en veel ben ik te kort gekomen, maar niet tevergeefs heb ik op uwe welwillendheid, zieleadel, vergevensgezindheid gerekend. Heb ik iemand zeer gedaan en niet elk zijn zin kunnen geven, vergeef het mij. Uw broederhart kan dat gemakkelijk doen, omdat gg weet hoe moeielijk het is elk ten genoege te zgn. Dit weet ik, het was mij niet te doen om uw meester te zgn, ik wilde U, ik wilde de orde dienen. Ik dreef niet mijn eigen zin en wil door, maar gaf ieder gelegenheid te zeggen, wat hij in de ziele had.

Nu, broeders, gaan wg uiteen, m den Heere verbonden, totdat de avond komt en de groote Meester tot ons zal zeggen: het is genoeg. De Heere stelle u en mij, ons allen ten rijken

Z6CT6Ü.

Bg' den aanvang onzer Vergadering zetten wij "de hand opnieuw onder onze Belijdenis. Wij betuigden instemming met de Formulieren van Eenigheid. Laat ons aan het eigenaardig leertype der Gereformeerde Kerken vasthouden. Wg hebben er aan vastgehouden, het was de banier onzer Synode, de gemeente van Rotterdam kan het getuigen. De schat der waarheid is de kracht onzer kleine Kerk. Moge de Heere ons klein Kerkske nog gebruiken om een schijnsel, een licht te zijn in den nacht en den heftigen strijd der geesten, die in onze tijden gestreden wordt. Ons gezegend Hoofd zegge eens tot ons: „Ik weet uwe werken; zie ik heb eene geopende deure voor u gegeven en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht en gg' hebt mijn Woord bewaard en mijn Naam niet verloochend." Laat ons elkander liefhebben. Onze naam gaat voorbij; wat schaadt het, zoo Hij maar blijft, die onze gerechtigheid, onze roem, ons leven tot in eeuwigheid is. ...

En heb ik nu nog iets, of iemand vergeten in mijne zwakheid, de Heere vergeet niets en niemand, dit zg u thans en steeds tot troost; Moge Hij onze Leidsman zgn.

De Vice-President neemt nu het woord en zegt:

Geachte Voorzitter!

Ik meen de tolk dezer Synode te zijn als ik U welmeenend dank betuig voor de welwillende en voortreffelijke wijze, waarop gij haar als Voorzitter geleid hebt. Uw toeleg was om slechts dienaar der Vergadering te willen zijn; gij zijt- het geweest.

Het werk van een Voorzitter is een moeielijk werk. Als wij de voorstellen der Agenda wegen en de dagen der Synode tellen, valt het moeielijke in het oog. Was er wel eens aanmerking op al te groote welwillendheid, dit kan ook in uw voordeel uitgelegd worden. Gij deedt een beroep op onze welwillendheid, maar wij willen het eerder op uwe welwillendheid doen. Heb-

Sluiten