Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moge bezitten en wij voelen ons gelukkig dat wij nu nog op deze Synode TJ zingend kunnen toewenschen:

„De Heer zal U steeds gadeslaan Opdat Hij in gevaar Uw ziel voor ramp bewaar; De Heer, 't zg G' in of uit moogt gaan, *En waar G' U heen moogt spoeden, Zal eeuwig U behoeden."

Schonk de Heere ons, Eerw. Broeders! leden dezer Synode een grooten zegen met onze Docenten, niet minder genoten wij dien met onze Studenten. Hoort slechts.

Voorzooverre wij dat konden nagaan, liet de verstandhouding tusschen de studenten en hunne leeraars niets te wenschen over. Wat het gedrag der eerstgenoemden betreft, daaromtrent kwam geen enkele klacht ons ter oore. Zooals u bekend is, was dat helaas wel eens anders. De Heere heeft echter dit genadig gewend. Naar wij hopen en bidden zal Hij dat verder doen.

Het was ons een oorzaak van blijdschap uit het verslag van het Docenten-Kollegie te mogen vernemen, dat er van de 79 studenten 47 op den dag des Heeren werkzaam waren op Zondagscholen; ook nog, dat er door hen een aantal traktaten werd verspreid. Zoo iets te mogen hooren verkwikt, want al die arbeid, hoe gering hij ons ook moge toeschijnen, is geheel in overeenstemming met de begeerte van het hart dier broederen: om het Evangelie aan hunne medezondaren te mogen verkondigen.

Voorts kunnen wij TJ mededeelen, dat er door de studenten een vrij getrouw gebruik wordt gemaakt van het onderwijs, hetwelk aan onze School wordt gegeven. Dat er door de meesten vlijtig wordt gestudeerd bewijzen de examina.

De Admissie- en Overgangsexamina worden regelmatig afgenomen en leveren gunstige resultaten. Zij loopen voor alle examinandi evenwel niet even gunstig af; ook hier wordt, in het belang van Kerk en School, naar bevind van zaken gehandeld.

Hoe het in de maand Juli op de vergadering van Kuratoren met de Examina gaat is van'algemeene bekendheid. Evenwel heeft het Kollegie van Kuratoren er behoefte aan deze vergadering er aan te herinneren, dat onze Theol. School, sedert de Synode van Zwolle in 1882 niet minder, dan 44 broeders als kandidaten tot de Heilige Bediening heeft mogen promoveeren. Die van 1883 en 1884 hebben het arbeidsveld, door den Heere hun aangewezen, reeds ingenomen en zijn door Gods genade aldaar met eere werkzaam. Naar wij vertrouwen zullen zij, die in dit jaar met gewenscht gevolg hun eindexamen deden, insgelijks spoedig eene plaats bekomen, alwaar zij voor hunnen Zender tot heil van zondaren kunnen arbeiden.

Eene bittere teleurstelling mogen wij TJ niet verzwijgen. In

Sluiten