Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geloof aan dien trouwen God vast en wü zullen, hoe ellendig en hoe zondig we ook mogen wezen, in Christus meer dan overwinnaars worden bevonden.

Werken we dan, terwijl het dag is, aan het heil van dat Sion, zoolang het den Heere behagen zal ons hier te laten. Hij heeft gezegd: uw arbeid zal in den Heere niet jjdel wezen. De vijftigjarige geschiedenis onzer Kerk heeft dat duidelijk aan het licht gebracht. Niemand onzer ontzinke daarom het hart; ook dan niet als we eens voor Schelfzee of Jordaan komen te staan, want met de geschiedenis voor ons kunnen wij bij de herdenking van Gods daden, met Azaf zingen:

„Door uw arm en alvermogen Hebt Gij Isrel nitgetoogen; Jakobs kindren, Jozefs zaad Vrij gemaakt van Paroos haat. 't Water zag, o God, U komen; 't Water zag U en de stroomen Steigerden vol schrik omhoog; D' afgrond werd beroerd en droog."

En nu, hooggeachte Broeders! het Kuratorium meent dat het u eenigermate heeft laten hooren, welke zegeningen de Heere onze School heeft geschonken. Laten wij voortgaan de belangen dier stichting Gods te behartigen. Wij weten het, onze arbeid aan haar besteed was, in den Heere, niet ijdel.

Laten wij slechts het heil dier School blijven bepleiten voor den troon der genade, 's Heeren zegen is voor haar onmisbaar.

Laten wij aan haar blijven werken; zij moet vooruit. Laten wijvoor haar blijven geven; zij heeft het o zoo noodig.

"Wij eindigen, broeders! met 'de bede voor Kerk en School en ook voor deze Vergadering, zoo treffend uitgedrukt in het:

„O Vader, dat uw liefd' ons blijkt O Zoon, maak ons uw beeld gelijkt O Geest, zend uwe troost ons nêerl Drieëenig God, TJ zij al d' eer 1"

Wij hebben, 'hooggeachte Broeders! de eer te zijn TJ.Eerws. dienaren en broeders in Christus!

Het Kollegie van Kuratoren der Theol. School, en namens hetzelve Zijne Kommissie ad hoe

A. BRÜMMELKAMP Jr. Praes. J. F. BULENS, Secretaris.

Rotterdam, 2-0 Augustus 1885.

Sluiten