Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet in aanmerking komen, om redenen straks mede te deelen. Voegde men nu bij dit alles de enorme kosten voor de overtocht van zulk een gezin, en wat het voor uitrusting enz. behoefde, dan drong zich1 bij de vergadering de vraag op: is het niet beter dat Haan hier blijft, beroepbaar voor Nederland gesteld worde, en in overleg en met goedkeuring der Commissie eene eventueele beroeping aanneme. Br. Haan, gevraagd zijnde, verklaarde zich bereid heen te gaan, waar de Commissie hem eene plaats zou aanwijzen, maar ontveinsde, daargelaten de zwakheid zijner vrouw, de finantiëele bezwaren voor de Zending niet, daar hij zijne kinderen niet kon achterlaten.

Dit alles overwegende besloot de vergadering Haan vrijheid te verleenen om, in overleg en met toestemming der Commissie, eene beroeping in een onzer gemeenten in Nederland aan te nemen, en dat hiervan kennis zou gegeven worden in „de Bazuin" en „Het Mosterdzaad"

Haan is in de gemeente Genderen beroepen en heeft dit beroep met goedkeuring der Commissie aangenomen. Op onze jongste vergadering te Assen is hij onder dankzegging voor zgn arbeid in de Zending ontslagen, en heeft hij zijn attest voor de Classis 's Hertogenbosch ontvangen.

3. Huijsing te Batavia. — Br. Huijsing, die 17 Juni 1883 in de gemeente te Kwitang is gekomen en door Haan ingezegend is om tjjdelijk zgn plaats te vervullen, heeft er van dien tg'd af niet ongezegend gearbeid. De gemeente is er onder zjjne bediening uitgebreid en bevestigd, het getal zijner katechisanten vermeerderd, en de beide scholen voor inlanders werden goed bezocht, Ook te Meester-Cornelis had hij in den laatsten tg'd een 20-tal katechisanten. Tot December van het vorige jaar trof hen geene werkelijke ongesteldheid, hoewel zjj nu en dan onder den invloed van het klimaat leden. Toen*evenwel werd Huijsing, na eenige dagen ongesteldheid, ernstig ziek, (leverziekte). Hij kwam tot nabjj den dood. In Januari beviel zijne vrouw, die afgemat en verzwakt door angst en vermoeienis gedurende de ziekte van haar man, insgelijks doodelgk krank werd. Wat zg' toen geleden hebben, schrjjft Huijsing, is niet uit te spreken; er zijn dagen geweest, dat de dokter 4-maal kwam. Toch heeft de Heere ze gespaard. De dokter drong er op aan, dat zjj naar Nederland zouden terugkeeren; Huijsing wilde hiervan niet hooren, maar stemde toe eenigen tijd op eene hoogere en gezonder plaats te vertoeven. De Heere heeft zijn verblijf te Soekabo&j mie voor hem en zjjne vrouw in zooverre gezegend, dat zjj weer naar Batavia hebben kunnen terugkeeren, en Huijsing beproeven zal zgn werk te hervatten.

Toch is het uit zijn laatste schrjjven duidelijk, en dit oordeelt ook de Dokter, dat Batavia de plaats niet is, waar Huijsing, eenmaal zóó door de leverziekte aangedaan, kan blijven.

Sluiten