Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat maar slieren ! is hunne leuze; 't zal later wel uitkomen, of 't goed is.

Bovendien strijdt de leer van Gamaliöl en van zijne volgers, die haar deels uit gemakzucht, deels uit winstbejag, deels uit aangeboren onverschilligheid aankleven, tegen de leer van den Christus, wanneer hij ons in de gelijkenis van de talenten aantoont, dat wij moeten woekeren met de gaven, die God ons verleend heeft. Math. XXV : 14 en verv.

Als onderwijzer aan de openbare school, als lid der tegemooordige maatschappij, mij verheugende over den niet te ontkennen vooruitgang op stoffelijk en zedelijk gebied, volstrekt niet terugverlangende naar den toestand van 1618 en 1619, waarheen eene heerschzuchtige fractie in de kerk ons drijven wil, acht ik het mijn plicht aan te toonen, dat de rondgezonden circulaire en het daarbij gevoegde adres aan den koning vol onwaarheden staan, en dewijl die omzendbrief onderteekeud is door XIII leden, heb ik ook XIII stellingen wereldkundig gemaakt, welke stellingen lijnrecht indruischen tegen de verklaringen van omzendbrief en verzoekschrift.

Worden deze mijne stellingen niet weerlegd, wat moet men dan denken van de leiders der onontwikkelde schare ?

De beide waarheden, waarop mijn betoog rust, luiden: Er is een God. God is volmaakt. Door God versta ik een geest, levende van eeuwigheid tot eeuwigheid, die alles heeft voortgebracht, wat wij aanschouwen niet alleen, maar alles wat er bestaat, al ligt het ook ver buiten onzen gezichtskring.

Sluiten