Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen zal ik een lesje voorlezen uit een schoolboekje, dat in 1806 gemaakt, gedurende 50 jaren bijna evenveel drukken telde ; later door mij gewijzigd en in overeenstemming gebracht met den geest van onzen tijd, beleefde het in vier jaren reeds drie drukken. Zeker wel een overtuigend bewijs, dat het in de behoefte der openbare school voorziet. Dat lesje luidt als volgt: (*)

DE WERELD.

Laatst hoorde ik den ouden Jozef spreken, den ouden' Jozef, die zoo graag, met brave kinderen rondom zich, in het groen zit. „Hoort!" aldus sprak hij tegen de kinderen, die bij hem waren :

„De grond, waarop wij thans zitten, is een gedeelte van de aarde. De aarde is bekleed met gras en bloemen.

„De koeien, de paarden en de schaapjes eten daarvan ; de kleine vliegjes ook, en de wormpjes mede.

„Op sommige plaatsen zijn kronkelende waterstroomen.

De schippers zeilen met groote en kleine schepen op de stroomen; de visschen wonen in de stroomen; de kleine eendjes zwemmen er in, en de groote zwanen ook.

„Hier en daar staan boomen, groote en kleine, met en zonder vruchten: eike-, ijpe-, beuke-, appel-, pere-, pruime- en kerseboomen — veel meer soorten, dan ik noemen kan ! De vogeltjes hebben hunne nestjes in de boomen, en zingen in het groene lommer. Wij zitten in de schaduw der boomen, en luisteren naar dat gezang.

*) Overgenomen uit de Nieuwe Moedes Anna en hare kindertjes.

Een schoolboekje door M. van Heïningen Bosch. Met een voorbericht van G. A. Vobsterman van Oden. 3e Druk. Groningen — A. L. Scholtens — 1877.

Sluiten