Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

"Het vragen en ontvangen van subsidie (ofschoon het in sommige "Kerkgemeenten werkelijk geschiedt) strijdt met de Kerkelijke Wet. "Moet echter de Kerk al hare Armen onderhouden, dan zal zij wel "genoodzaakt zijn subsidie te vragen en aan te nemen. Maar dan zal "zij ook Dienares van den Staat en aan Hem rekenpligtig worden en "hare vrijheid en zelfstandigheid prijs geven."

Zoo redeneert de Heer van limbubg bbouwer op blz. 19 van zijn geschrift (vergelijk hiervoor, blz. 36).

De Schrijver der Opmerkingen weet, hoe ik over het Subsidiën-slelsel denk; hij weet, dat ik het als Stelsel veroordeel, en mogt hij, na het schrijven van zoovele bladzijden tegen een Geschrift waarin dat stelsel in den breede besproken en bepaald veroordeeld wordt — inderdaad nog twijfelen of de Schrijver dat stelsel veroordeelt, dan moet ik hemheuschelijk verzoeken nog eens te bladeren in mijne Levensvraag, blz. 31 tot 35; en daarmede te vergebjken blz. 48 en 49 van dezen Open Brief.

Hij zal intusschen reeds in eerstgenoemd Geschrift (blz. 58) de redenen vinden, waarom ik niet snbsidie als Stelsel, maar subsidie als Overgangsmaatregel kan goedkeuren.

Doch hierover zoo aanstonds. Nu nog een woord over dat: "prijs"geven van vrijheid en zelfstandigheid — dat worden van eene Dienares "van den Staat, en aan Hem rekenpligtig."

Zou dan in een' goed geordenden Staat, dat rekenpligtig worden der Diakoniën zulk een vreesselijk te schromen verlies van vrijheid en zelfstandigheid zgn? Zou de Kerk daardoor zoo volstrekt de Dienares van den Staat worden (vergelijk hiervóór, blz. 50)? Laat ons nagaan, welke bepalingen aan gesubsidiëerde Diakoniën worden opgelegd!

Volgens de Kijks-Armenwet moeten de gesubsidiëerde Diakoniën:

1°. doen blijken van de volstrekte noodzakelijkheid der subsidie, door rekening, verantwoording en begrooting in te leveren (Art. 60, a).

2°. doen blijken, dat op eene billijke wijze is bijgedragen door hen, van wie, overeenkomstig den aard der instelling, in den regel bijdragen kunnen worden verwacht (Art. 60, b).

3°. doen blijken, dat het bestuur der instelling, overeenkomstig haren aard en bestemming, aan zijne verpligting naar vermogen voldoet (Art. 60, c).

Sluiten