Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En waartoe zijn nu de met-getubsiëerde Diakoniën door diezelfde Rijks-Armen wet verpligt? tot weinig minder!

Immers al is het, dat een Kerkgenootschap volkomen voor den onderstand zijner Armen zorgt — en daartoe de hulp der burgerlijke gemeente op geenerlei wijze behoeft of inroept, — zijn toch de bestuurderen (en

Wel op straffe eener hoofdelijke boete van vijf en twintig

tot vijf en zeventig gulden) verpligt, aan het Gemeentebestuur jaarlijks opgave te doen "van het getal der door hen ondersteunden of "verpleegden; van het beloop hunner uitgaven voor beheer en voor "onderstand van allerlei aard, en van dat hunner inkomsten door collecten, inschrijvingen of andere vrijwillige subsidiën" (Armenwet, Art. 10). Levensvraag, blz. 24.

Misschien echter bedoelt v. L. B. hier meer nog de beweerde vrijheid der Diakoniën, om, bij aanvragen van het burgerlijk Bestuur (Armenwet, Art. 12), te kunnen volstaan met de woorden: "ik bedeel, of ik bedeel niet."

Ik heb ook over die vrijheid en zelfstandigheid der Diakoniën in mijne Levensvraag breed gesproken, blz. 28—38. De Heer van limburg brouwer zegt van mijn betoog, op blz. 20 zijner Opmerkingen: "De "schrijver zal de tegenwerping weerleggen, dat door het aangenomen "beginsel, met hetgeen er uit voortvloeit, aan de vrijheid en zelfstandigheid der Diakoniën op onduldbare wijze wordt te kort ge"daan."

Doch de Heer v. l. b. bedriegt zich ook hier. Ik heb dat niet beloofd te doen, ik heb dat niet willen doen, en het dus ook niet gedaan. Ik heb alleen de tegenwerping, zoo als zij doorgaans tegen de Armenwet. geformuleerd wordt, vooropgezet, ten einde daarmede het onderwerp, de rigting, den weg van mijn betoog aan te wijzen, den weg, dien Dr. v. l. b. zelf zeer juist beschrijft.

Immers hij gaat voort: "En welken weg slaat hij daartoe in? Mij "wijst aan, dat de Diakenieën in vroegeren tijd hare vrijheid misten "en haar die ook nu, na de invoering der wet, die dat beginsel in "toepassing heeft gebragi, ontnomen is. Wel dat was het juist, waar"over geklaagd werd, en waarmede hij ons zou bevredigen."

Maar ik heb nergens beloofd, dat ik den Schrijver der Opmerkingen, dat ik de "Diakoniën" zou bevredigen. Ik poogde dat ook niet, ik wilde dat ook niet; ten minste niet in den zin door Dr. van limburg brouwer bedoeld. Wel wenschte ik aan beiden dien vrede te gevenj die voortvloeit uit een zich gewillig of ten minste berustend onderwerpen

Sluiten