Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben. Voorts hebben wij zamen als Nederlanders groote vooiregten genoten. De tijd zou mij ontbreken, zoo ik alles wilde noemen; één onschatbaar voorregt kan en mag ik niet onvermeld laten, dat geen oorlogsrumoer onze straten vervuld heeft, dat geen krijgsgeschrei onze ooren verdoofd heeft en ons hart heeft doên zamenkrimpen, dat de oorlogsvlam noch stad, noch dorp, noch gehucht heeft verteerd, dat ouders hunne zonen niet naar de slagtbank hebben zien henen leiden; dat we tot nog toe, dank zij Gode! slechts uit het verre Oosten van de onheilen en ellenden des krijgs vernomen hebben. Maar om al deze verschooningen en weldadigheden heeft het ons aan geen bezoekingen Gods, aan geen aandeelen, aan geen beproevingen te eenenmaal ontbroken. De geheimzinnige ziekte, die de wereld doorwandelt, heeft ook ons vaderland bezocht, heeft ook in onze woonplaats hare offers geëischt. De duurte der levensmiddelen was en is voor menigeen eene ware ramp, die hem uitput. Maar ook menigeen heeft in dit jaar dierbare betrekkingen door den dood verloren. Sommigen na langdurig lijden, toch altijd nog onverwacht; anderen na kortstondige krankheid, die, om dus te spreken, hen in één oogwenk den tijd met de eeuwigheid deed verwisselen. Daarom zie ik zoo menigeen met rouwfloers omhangen, en zoo menigen bedroefde, schoon ook niet hopeloos treurend, voor mijne oogen. — Geliefden! Dit alles' en nog meer hebben wij aan de uitgangen des jaars te overdenken; voor ontelbare weldadigheden, verschooningen, vaderlijke bemoeijingen hebben wij te danken, — doch dit neemt alles niet weg, dat eene bede als deze: "Zijl mij genadig, 6 God F zich door hare uitnemende gepastheid sterk blijft aanbevelen. Moge de Heilige Geest zelf ons overtuigen, terwijl wij hooren en spreken.

Sluiten