Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of dochter, als dienstbode of in welke andere betrekking ook, en, helaas, hij bemerkt groot gebrek, hij bewees veel te weinig te zijn, wat het zont is voor de spijs, en een licht op den kandelaar, hij heeft zich diep, zeer diep te verootmoedigen, en geen bede voegt hem zoo zeer als: nZijt mij genadig, 6 God F Hij gaat voort en overdenkt zijn leven in de maatschappij, als landbouwer, als koopman, als regent, als stil burger, hij onderzoekt of hij in zijn ambt en bedrijf God verheerlijkt heeft en of hij geweest is eene eere van chuistüs, over wien christus zich niet behoefde te schamen. Ach, wat vindt» hij? Behalve te veel wereldsgelijkvormigheid en ingenomenheid met de tijdelijke dingen, allerlei gebrek door verzuim en door bedrijf, zoodat hij zich wederom diep te verootmoedigen heeft en geen bede hem beter voegt dan: n Zijt mij genadig, ó God F Hij gaat nog voort en overdenkt zijn leven en verkeer als lid van christus gemeente. Hij begrijpt weldra, dat hier voornamelijk het gebrek moet liggen. Immers was het hem steeds om naauwer vereeniging met christus te doen, er zouden grooter geloof, vaster hoop, vuriger liefde openbaar zijn' geworden; er zou meer sterven, aan het eigen, meer leven voor den Heer, een gansch ander leven in de maatschappij en in huis hebben plaats gevonden. Gel.! Het gaat vast door: hoe meer waar inwendig Christendom, d. i. hoe meer christus door het geloof in onze harten woont, hoe beter huisgenooten wij zijn, en hoe eerlijker en naauwgezetter burgers in de zamenleving. Dit alles overdenkt de Christen; hij slaat zijn inwendig Christendom, zijn verborgen verkeer, zijne doorgaande gezetheid op Gods zalige gemeenschap gade, en hij verfoeit zich in stof en in assche ; en wat bede ligt hier meer voor de hand dan de smeekbede des boetelings: nZijt mij genadig, o God F Maar wat baat eene bede, die geen verhooring vindt? Zeker,

Sluiten