Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij hebt gezondigd, kont gij het loochenen? niet alleen tegen elk gebod van God, met woord en werk en gedachte, maar ook door Hem te vergeten, die uwe teederste liefde waard is, maar ook door een zondig en ondankbaar gebruik menigmaal van zijne weldaden, die eiken morgen nieuw voor u waren, maar ook door Hem uit te sluiten uit den kring uwer vrienden en zijnen omgang zorgvuldig te mijden; maar ook door uw tijdelijk belang zoo zeer te behartigen, dat er voor de behartiging uwer eeuwige noch tijd noch plaats overschoot. Zie, in alle dezen hebt gij gezondigd, daarom roep ik u aan deze uitgangen des jaars, met al den ernst der Christenliefde toe: //vernedert u." — Ik voeg er bij: «-vernedert u, want in deze gestalte alleen kunt ge in waarheid om genade vragen en genade biddend verwachten.'1 — hoe onmogelijk was het den zich zelf behagenden Farizeër zich te verootmoedigen; helaas, hij verheft zich op zijn dus genoemd goeddoen, en hij vraagt niet om genade; terwijl de arme tollenaar, van schuldgevoel doordrongen, vurig om genade tot God roept — Vernedert u, want bij gemis van genade, hoe durft gij gerust dit jaar weg zien sterven? De oogen des Heeren, die de gansche aarde doorloopen, slaan u gade, gelijk ze u dit gansche jaar overal hebben opgemerkt. Maar ook bij gemis van genade, hoe kunt gij moed hebben den zich voor uwen voet ontsluitenden nieuwen tijdkring in te treden, die gij toch volstrekt in alles van den Heere afhangt, ja zonder Hem zelfs niet kunt ademtogen? — Vernedert u, want vraagt gij niet ernstig om genade, wat zal het zijn, als de Heer misschien onverwacht uwen ademwegneemt en u voor zijn hooge regtbank daagt? Ik moet om het ondragelijk lot, dat u in dit geval in de eeuwigheid wacht, niet denken, of het hart krimpt mij ineen, want ik geloof de Schriften, waar zij gewagen van eeuwige pijn, van een

Sluiten