Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der tijden, den nieuwen jaarkring niet durven intreden zonder den Heere. Diarom, gij allen die bewogen zijt, en slechts aanmoediging behoeft, valt in uwe woningen voor den Heere neder, belijdt Hem al uwe zonden, verbergt er Hem met opzet niet ééne; belijdt Hem zoo veel verzuim, belijdt Hem zoo veel zondig bedrijf, noemt Hem uw kwaad met naam en met toenaam, belijdt Hem uwe zonden in overijling begaan, maar ook uwe zonden, waartegen uw geweten u waarschuwde, waartegen gij u voor het aangezigt des'Heeren verbonden hadt. Blijft te dien einde stilstaan wat langer bij uw huisselijk verkeer, bij uw maatschappelijk leven, bij uwe betrekking tot de Kerk des Heeren. MaarGeL! Ziet wel toe voor u zeiven, dat ge niet zonder het bloed voor Gods aangezigt komt. Ik noem met opzet het bloed, het bekende, het door de offeranden des Ouden Verbonds bedoelde, het bij God geldende. Verschijn niet zonder dat bloed voor den Heilige, want gij zoudt niet welkom zijn, gij zoudt wel om genade vragen, maar ge zoudt geen genade kunnen ontvangen; want, wat men stelle of ontkenne, wat men op godgeleerd gebied bouwe of breke, het blijft hier boven onveranderlijk waar: //Zonder bloedstorting geen vergeving." Maar, is er zonder bloed, zonder het dierbare bloed des Lams, aan geene vergeving te denken, — zoo gij daarentegen in 't geloof, onder de bearbeiding des H. Geestes verschijnt met dat bloed, weet voorzeker, dat gij genade zult vinden in de oogen des Heeren, die genade, die gij gevraagd hebt. Wat dunkt u, Gel.! behoef ik nog meer tot aanmoediging in het midden te brengen? Kunt ge u heerlijker lot voorstellen, dan aan'het einde van den tijdkring, vrede voor uw gemoed gevonden te hebben, door de genadige uitdelging aller uwe zonden? Ja maar, ik maakte mij zoo menigmaal aan herhaling van mijne misdaad

Sluiten