Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of er wel één op dezen stond U dan gelijk kan geven.

(Stbiktena mengt zich in het gesprek en zegt, Tobbema aanziende:

Uw stoïcynsehe kalmte maakt

Den mensch het bloed aan 't koken: 'k Had liefst gezwegen; doch er dient Door mij een woord gesproken.

't Is, strikt genomen, niet tot u;

Dat geeft geen satisfactie ; Neen, met u had ik reeds te vaak

d' Onstichtelijkste actie. {hij ziet Van Penten aan, tegen wien hij vroeger erg gekant was en schreef, en vervolgt:)

Neen, 't is om dezen broeder hier

Wat moed in 't lijf te spreken, Den broeder, die reeds langen tijd

Zulks waardig m' is gebleken.

Mijn waarde broeder ! ja, gij hebt

Al vrij wat ondervonden, Sints ik dat stukjen tegen u

Ter perse heb gezonden.

Ja, 'k dacht, dat 'k u bestrijden moest,

Dies heb ik zoo geschreven; Had 'k toen geweten, wat 'k nu weet,

't Was in de pen gebleven.

Neen, neen, vergeten ben 'k het niet,

Al is het lang geleden ! Die jaren ('k sloeg 't in stilte ga)

Mocht gij reeht goed besteden.

Besteden, vriend! tot and'rer heil, Ik sloeg dien arbeid gade;

Sluiten