Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den dood, die door haar ziekte was te wachten, bracht de ouders menigmaal in zoodanige bekommernis, dat het hun menige traan van bange vrees koste, wat toch van hun kind zou worden. Ik herinner mij nog zeer goed, hoe de vader diep bewogen zijn hart aan mij en een mede-onderwijzer der Zondagschool ontlaste, wegens de belangen van haar ziel, dewijl alles er voor zijn oog onheilspellend uitzag. Waarop wij hem antwoorden: ja, wij kunnen uwe bezwaren verstaan; maar werpt het net toch ook eens aan de rechterzijde en gij zult de bemoeienis Gods met haar zien. Wij hadden haar altijd gade geslagen op de Zondagschool. Haar leerzaamheid en eerbied voor de waarheid, haar oplettendheid en sterk gespannen aandacht, de verontwaardiging over het versmaden van Gods woord bij andere kinderen en de vermaningen die zij gaf, was zij ons een geliefd kind, waaraan wij onze woorden konden ontlasten. Die in dezen weg werkzaam is en geleerd heeft wat het zegt, al is 't voor kinderen, Gods woord niet alleen te spreken maar ook kwijt te raken, zal in dezen wel verstaan de grond van onze hope voor haar.

Ook zijn er menigte van menschen nog in leven, die trouw door haar zijn vermaand, wijzende hun den weg aan wat Gods wil is dat zij zouden doen, daar was haar mond altijd vol van, en liep haar gesprek altijd heen, zoo zelfs, dat zij menig schamper woord moest verdragen; men noemde haar een oud wijf, men zeide tegen haar: ┬╗zoo, kunt gij dit weer niet verdragen, als het u niet aanstaat gaat dan maar heen oude feeks." Dat was de haat die zij haar voor haar liefde vergolden. Mochten deze menschen na haar dood de vermaning nog verstaan en tot God haar toevlucht leeren nemen om voor eeuwig gered te worden, opdat zij niet tegen hun getuige in den dag des oordeels.

Ziet beminde kinderen wat onze Marie deed, en gjj behoort te doen, doet gij dat, of doet gij als degenen die zij vermaande?

De Heere gaf ook naar zijn groote barmhartigheid dat zij in den verleden zomer van het jaar 1882 weer eenigszins herstelde, dat zij buitenshuis mocht komen. Daar had zij zoo veel van, dat de Heere nog zoo goed over haar was om haar zoo wel te doen. O, dan was zij daar zoo door getroffen, dat zij wel eens uitriep, Heere wat zijt Gij toch goed om zoo wel te doen boven zoovelen, die al zijn weg gedragen naar het graf, daar ik toch niet beter ben dan zij. Werd zij soms door de zonneschijn zoodanig aangetrokken, dat zij hierdoor het onderzoek der waarheid verzuimde,

Sluiten