Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de woorden (Hoz, 14 : 9): »Efraim wat heb Ik nog meer met de afgoden te doen." Hierdoor kreeg zij haar zeiven meer en meer te zien in haar onwaardigheid voor den Heere, en werd zoo al meer en meer uitgedreven om bekeerd te worden, dat was haar zuchten en smeeken, dewijl zij zich nog onbekeerd gevoelde tegenover Hem.

Ook had zij de woorden van den geneesheer gehoord, welke gezegd had, dat zij borst en longtering had en niet beter zoude worden. Terstond nam zij hare toevlucht tot God, en zeide: Heere, al moet ik nog een jaar ziek wezen, dat hindert niet,' als U. mij maar bekeerd. En de Heere betoonde haar verzuchting te hooren en gaf haar deze waarheid in het hart (Joh. 10 : 28): «Mijne schapen zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid." Zij vertelde dit aan haar moeder, welke tot haar zeide: ja kind!, dat is waarheid, maar gij zult moeten weten, of ge een schaap van 'den Heere Jezus zijt. Daar de ouders bevreesd waren, dat zij haar zeiven bedriegen zou, kreeg zij de meest afduwende woorden, hetwelk niet altijd goed is. Nogthans het behaagde den Heere om haar niet moedeloos bij de pakken te laten neerzinken, maar wilde haar op haar zuchten en vragen antwoorden uit Ps. 116. Eenvoudigen wil Hij steeds gadeslaan; 'k Was uitgeteerd, maar Hij zag op mij neder. Keer,' mijne ziel! tot uwe ruste weder; Gij zijt verlost, God heeft u wèl gedaan! O kinderen! Wat zag zij daar een blijdschap in dat de Heere eenvoudigen wilde gadeslaan. Daaruit leerde zij nu met verzuchting roepen: Och Heere! maak mij toch zoo'n eenvoudige, die door U wordt gadegeslagen. Zij sprak ook menigmaal met de ouders over de dingen van Gods koninkrijk, maar de ouders durfden nog niet denken, dat de Heere met haar zulke bemoeienissen had. Zij waren hier nog blind voor gehouden , opdat na dezen verstaan, Gods weg zoo veel dierbaarder en de beker van zijne goedheid zoo veel te meer zou overvloeien van zijn lof. Zij begonnen evenwel haar met meer nauwkeurigheid gade te slaan, zoodat de vader, als hij haar eens afgeluistert had, zich moest verwonderen, als zij bezig was haar zusje en broertje uit Gods dierbaar woord te onderwijzen, zoo verstandig als zij hierin handelde.

Zij kregen nu ook in haar te zien, hoe het haar aan kon doen, als zij werd tegengehouden met afduwende woorden. Hoe dat haar dit dan tot den Heere kon uitdrijven. Bizonder zagen zij dit als de Heere haar uit zoo'n toestand kwam te redden

Sluiten