Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

even als Adam, Gods Zoon, genoemd. God zeide tot Farao: „Israël is mijn zoon, mijn eerstgeborene; laat mijn volk trekken dat ze mij dienen, of ik zal uwe eerstgeborenen slaan, ja de uwe.' Israël was een zoon door aanneming als volk; Adam was een zoon door schepping. Maar daar Adam alleen een zoon was door schepping, is hij alleen een voorbeeld van Gods uitverkorenen, die zonen en dochteren zijn door herschep ing, herschapen in Christus Jezus, zonen Gods door de vernieuwing des Heiligen Geestes. Zoo was Israël dan een aangenomen volk en een uitverkoren geslacht. Maar het ware Israël Gods is inderdaad een „uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk" door genade. De Heere was met Adam en ook met de kinderen Israëls. Hij had altijd in een tent of tabernakel gewoond, van den tijd dat hij ze had opgebracht uit het land van Egypte tot op de dagen Davids, 2 Sam. 7 : 6. Dezelfde wet die aan Adam gegeven was, werd overgezien en ook aan de kinderen ■Israëls gegeven. Gods beeld was in het paradijs, en in het beloofde land was altijd naar de verkiezing der genade, een overblijfsel dat naar Gods beeld was hernieuwd en herschapen. De boom des levens was in Eden, en Christus, die de boom des levens genoemd wórdt, was in den tempel tusschen de Cherubim, Spr. 3: 18. Adam's verblijf in Eden, was voorwaardelijk even als dat van Israël in het beloofde land. Adam kon zijn leven verliezen en Israël ook. Zoolang als Adam gehoorzaam was, woonde hij in Eden, en Israëls leven in het land dat God hen gegeven had, was hen alleen verzekerd op hunne gehoorzaamheid. Maar Adam zondigde en werd verdreven. Israël zondigde, en werd ook uit zijn land gezet. Adam's grootste verlies was dat van het beeld Gods, en toen de joden het uitgedrukte beeld des onzichtbaren Gods verwierpen en doodden, was dit voor hen het grootste verlies, dat zij ooit hadden geleden. Toen onze eerste ouders verdreven werden, kregen zij eene belofte van tot God weder te keeren, door de vermorzeling van satan's kop, door het zaad der vrouw, en zoo heeft Israël eene belofte van wederkeering tot

Sluiten