Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als heL ware in de genoegens der wereld in de wellusten des vleesches, hij kent, hij gevoelt niets van dat reine, van dat zalige genoegen dat de godzalige hoe arm hij ook zijn moge naar zijnen uitwendigen stand, smaakt in zijnen God, die hij als zijn hoogste goed, als zijn genoegzaam deel in Christus zijnen Borg en Verlosser, heeft leeren kennen en dienen. Dit is de eenige hoofdbron van de vertroosting in leven en in sterven voor alle vromen. Zij hebben aan hunnen drieëénigen volzaligen Verbonds-God genoeg, wat hun ook ontzinken mag; of bergen wijken, en heuvelen wankelen, Gods goedertierenheid zal van hen niet wijken, en zijn verbond zal niet wankelen. Dit ja, dit is de ware de eenige troost in leven en sterven; zonder troost kan niemand in deze moeitevolle wereld leven, maar hoe velen hebben eenen valschen en ongegronden troost die uiterlijk, met den dood hen zal begeven. Wie zou het kunnen beschrijven waar de door de zonden verblinde mensch zijnen troost in zoekt en vindt, waar hij zich mede gerust stelt dood en eeuwigheid onbekommerd te gemoet gaat, leunende op de rielstaven die hem eenmaal de handen zullen doorboren. Hier is er een die zich troost met de bewustheid, dat hij een goed vermogen op deze wereld bezit, en in de verwachting leeft, dat dit aardsch vermogen nog aanmerkelijk zal vermeerderd worden; ziel! zegt hij tot zich zeiven: (met den

Sluiten