Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christen eenen afkeer van behoort te hebben) oreral bij vromen en wereldlingen , dat leren openbaar maken door woorden en daden. Ja zij moeten ook met den Apostel Pados betuigen : naar den inwendigen mensch heb ik een vermaak in de Wet Gods, maar ik gevoel eene Wet in mijne leden, die strijd voert tegen de wet mijns gemoeds, die mij gevangen neemt onder de zonden.

Maar niettegenstaande het, uithoofde van het inwonend bederf, over het algemeen zoo gesteld is met het volk des Heeren, zoo is er toch een vernieuwd beginsel in hen gelegd, waardoor zij hartelijk en welmeenend voor God en menschen betuigen kunnen, dat zij, ware het mogelijk, den Heere wel zonder zonden zouden wenschen te dienen: dat zij in alles Gods geboden voor regt houden, en alle valsche paden haten; en dit is uit den aard van de dienst des floeren voortvloeiende ; het is geene slavendienst, zoo als die van den satan en der wereld. — Wanneer hun gemoed welgesteld is, dan vinden zij zoo veel beminnelijks, zoo vele verkwikkingen, zoo veel rust en vrede, zoo veel zaligheid in de dienst van God, dat zij niets buiten God in de wereld aantreffen, waar zij dit zouden kunnen vinden. Als hun geloofsoog helder is, dan zien zij veel in God, en zijne zalige gemeenschap, en in de vereen iging met Christus, dat daarbij alles wat in de wereld

Sluiten