Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen, het is geen Luther, die deze gedaanteverwisseling heeft daargesteld, maar de macht des goddelijken levens, die ook hem aangreep, toen een dezer mannen, Staupitz, hem de heerlijkheid des geloofs in den Heere Jezus deed kennen.

Voorwaar ook in hem en anderen openbaarde zich de macht des geloofs, en de hervorming brak alomme door.

En toen deze levende stroom des Heiligen Geestes weder door het menschelijk verstand en door menschelijke vormen vau zgn bezielende macht werd beroofd,1) traden er opnieuw vredemakers tevoorschijn. — Wij zien eenen Arndt, Spener,

Schuw en vlied de valsche wereld. Zie uwen Heer, Hij strekt zijne armen naar u uit om u te ontvangen. Verberg u in zijne wonden, gelijk de duif in de klove der steenrotsen. Leg u aan zijn hart, ensmaak en zie dat de Heere goed is.

Zie Hem aan, uwen kampvechter, uwen machtigen Heer, hoe Hij voor u gestreden heeft tot den dood toe. Hij heeft uwe vijanden overwonnen, en den dood uwer zonden gedood met zijn dood. Hij heeft uwe schuld betaald zijns Vaders erve gekocht en verkregen met zijn bloed. Hij is voor u opgevaren ten hemel, en heeft u de poort gèopend van de stad van eeuwige heerlijkheid.

Hierin moogt gij u verblijden en genieten zijne liefde en zijn innige genegenheden, dan zal Hij leven in u en gij in Hem. Dan zal de geheele wereld voor u een kruis zijn, en gij zult de zonde begeeren te sterven en uwen Geliefde navolgen in zijn rijk.

En nu moogt gij het derde boek openen. Richt uwe oogen ten hemel en aanschouw uw verworven heerlijkheid; dit boek is blauw en groen, omdat het spreekt van het eeuwig hemelsch leven. Het is met gouden letteren beschreven, iedere regel spreekt van ontfermende liefde. Het zegt: eet en drinkt zijne heerlijke spijze. Verzadiging van vreugde is bij zijn aangezicht, liefelijkheden zijn in zijne rechterhand eeuwiglijk!

Overgenomen naar: A A. van Otterloo. Johannes Roysbroeck. Amsterdam, 1874.

1) Melanchton eindigde zijn loopbaan der bitterheden zat, en zegende bij zijn sterven den God, die hem van de razernijen der Theologanten verloste.

Het Christelijk leven scheen op het punt van te zullen verdwijnen; de Kerk scheen te zullen sterven, en wel een Orthodoxen dood, voorzien van een Evangelische Geloofsbelijdenis en een onberispelijke dogmatiek.

Felix Bovet, De Graaf van Zinzendorf.

Sluiten