Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

111.

GERED.

(Bij een plaat.)

Gered! Maar o, wie schetst die vreeselijken nacht;

Aan 't brooze wrak geklemd, schier zielloos doorgebracht Hoe bulderde de wind en kampte met de golven , Hoe werd zij keer op keer door zee op zee bedolven!

Daar nam een baar haar op en wierp li aar op de rots,

Nu klemt zij zich aan 't kruis en dankt de redding Gods.

Mijn Christen, dus ook gij. Hoe waart gij door uw zonden — Een rustelooze zee ! — schier reddeloos verslonden ! Hoe laagt gij, drenkeling, als in den oceaan Van Gods verbolgenheid, gereed om te vergaan ! Wat namelooze nood, wat vreeselijke baren Van droefheid en van angst zijn over u geraren !

4*

Sluiten