Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtervolgd. Eén hunner, Petrus, ontzag zich later niet beslist te ontkennen, dat hij ooit met Jezus had omgegaan, over welke verloochening des meesters hij daarna echter diep berouw had.

Voor den Joodschen raad gebracht, verklaarde Jezus met fierheid, zich bewust te wezen dat in hem de Messiasbelofte was vervuld, waarop men hem éénstemmig ter dood veroordeelde.

Pontius Pilatus, de Rom. stadhouder, was eerst ongenegen, het doodvonnis te bekrachtigen. Toen evenwel eene poging die hij deed, om de vrijlating van Jezus door het volk te doen begeeren, mislukt was, gaf hij toe en bekommerde zich verder niet om Jezus' lot.

Omdat het heette, dat hij als oproerprediker ter dood werd gebracht, werd Jezus gekruisigd, na nog eerst aan allerlei bespotting en mishandeling te hebben blootgestaan.

Onmiddellijk, dus op den Vrijdag van hetPaaschfeest, des morgens om 9 uur, werd het vonnis ten uitvoer gelegd. Gelukkig duurde het lijden van Jezus niet zoo lang als somtijds dat van kruiselingen. Om 3 uur 's namiddags stierf hij, standvastig in zijn vertrouwen op God en in zijne liefde voor de menschen.

Jezus' stemming, toen hij op reis ging naar Jeruzalem Matth. 16 : 21 vv. (vgl. Luk. 12 : 49 v.) — Ontmoetingen op reis Mark. 10 : 13—16 (moeders met kinderen), 17—27 (rijke jongeling); Luk. 19 : 1—10 (Zacheüs).

Intocht in de hoofdstad Matth. 21 : 1—11, — en reiniging des tempels 12 vv. — Onvervaard spreken Matth. 21 : 28—32 (de twee zonen), 33 vv. (booze landlieden); 23. — Plannen van de overheid Matth. 26 : 3—5, — en aanbod van Judas 14—16 (vgl. 27 : 3 vv.)

Jezus met de discipelen aan den Paaschmaaltijd Matth. 26 : 20 vv., — in Qethsémané 36 vv. (vgl. Mark. 14:51), — door Petrus verloochend 69 vv.

Sluiten