Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J. voor den Joodschen raad Matth. 26 : 57 vv., — voor Pilatus 27 : 11 vv. — Bespotting 27 : 27 vv. (vgl. 26 : 67 v.) Tenuitvoerlegging van het vonnis Mark. 15 : 20 vv.

Wat deed Jezus naar Jeruzalem gaan, en in welke stemming ging hij?

Hoe werd hij er ingehaald?

Hoe trad hij in Jeruzalem op?

Wanneer en waar werd hij gevangen genomen ?

Hoe gedroegen zich de leerlingen?

Op welken grond werd Jezus door den Joodschen raad veroordeeld?

Hoe handelde de Rom. stadhouder met betrekking tot het vonnis?

Hoe was Jezus' einde?

C. Kennel ij k latere voorstellingen omtrentjezus' persoon en leven.

§ 13. Verhalen omtrent wondervolle gebeurtenissen, ter wille van Jezus geschied.

Men had bij Jezus' leven een diepen indruk gekregen van het verhevene zijner persoonlijkheid. Daarom was reeds destijds bij sommigen het vermoeden gerezen, dat hij de beloofde Messias, dus een buitengewoon wezen zou zijn. Na zijn dood herleefde dit denkbeeld en verbreidde het zich verder. Ten gevolge daarvan ging men ook meenen, dat hij een afstammeling zou geweest zijn van David, en dat hij geboren was te Bethlehem.

Meer en meer is men hem zich vervolgens gaan voorstellen als een wezen, dat uit den hemel op aarde was nedergedaald.

Sluiten