Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral verhalen als hier werden besproken, vindt men ook in de zoogen. apocriefe Evangeliën. Die in de N. T.ische munten intusschen door hunne diepzinnigheid verre uit.

Wonderverhalen o. a. Matth. 9 : 27—31 (2 blinden); Mark. 7 : 32—37 (een doofstomme); Matth. 9:1—7 (een verlamde); Matth. 8 : 2—4 (een melaatsche); Luk. 7 : 11—15 (jongeling te Naïn); 8 : 49—55 (dochtertje van Jaïrus). — Voorts Matth. 14 : 15—21 (vgl. 15 : 32—38; wonderbare spijziging); Matth. 14 : 22—33 (wandeling op zee); Luk. 5:4-6 (wonderbare vischvangst).

Zinnebeeldige beteekenis gestaafd door Matth. 11:4 v.; Luk. 15 : 326 (vgl. Ef. 5 : 14). — Trekken uit latere misvatting geboren Mark. 7 : 32—35 ; 8 : 23—25.

Jezus' verklaring, dat hij geene wonderen zal doen Matth. 16 : 4. — De ware weg tot geloof volgens Jezus Matth. 5 : 8; 7 : 24; 11 : 25.

Welke bovenmenschelijke daden worden verhaald als door Jezus verricht?

Wat heeft men oorspronkelijk met de wonderverhalen ook willen schilderen?

Waartoe achtte men in Jezus' tijd, en ook later nog wel, wonderen noodig?

Wanneer komt volgens Jezus de mensch vanzelf tot geloof?

§ 15. De Christus volgens het Evangelie naar Johannes.

Op den duur ging men zich Jezus nog meer als een bovenmenschelijk Wezen voorstellen.

In het Evangelie naar Johannes, dat aanmerkelijk later dan de eerste drie geschreven is, wordt zijn verkeer op aarde geschetst, alsof hij het vleesch

Sluiten