Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij niet bepaal tot de bewondering van de geheimzinnige werking des genies, noch meen te kunnen volstaan met te wijzen op den profetisch-divinatorischen blik, waarmede de Voorzienigheid de groote geesten pleegt uit te rusten. De zaak is, dunkt mij, in het gegeven geval nog wel een weinig duidelijker te maken, dan door een opmerking, die, hoe vroom en goed ook op zich zelf, zoo vaag en algemeen is van strekking, dat ze op alle gevallen van toepassing is, maar daaróm ook op het bijzondere geval, dat ons bezig houdt, niet veel licht werpt. Een man als Baur zoo gezond van hart en hoofd, met zoo uitnemende studiegaven, zoo zuiveren waarheidszin toegerust, al kan hij onmogelijk, evenmin als iemand anders, bij den aanvang zijner wetenschappelijke nasporingen, den«geheelen gang, het gansche plan zijner verdere werkzaamheid overzien, om daardoor zich te laten leiden bij de keuze van zijne onderwerpen; een man als Baur, zeg ik, moet zijne virtuositeit toonen ook door den juisten takt, waarmede hij de onderwerpen zijner navorsching rangschikt en, van het zekere uitgaande, rondom dat lichtgevende punt den kring, waarheen het zijn stralen kan uitschieten, steeds wijder en wijder maakt.

Zulk een lichtend punt voor Baur was de strijd, dien Paulus tegen de Christenen uit de Joden had te voeren; een strijd, die, wel is waar, lang van te voren door anderen was opgemerkt, maar die eerst door Baur in al zijn beteekenis voor de kennis van de geheele Christelijke oudheid werd begrepen. Bij dit licht bezien, kwam er leven, menschelijk leven in de gemeenten door de apostelen gesticht. Het fantasme van eene christelijke schare, even voorbeeldig in haar eendracht als in de energie harer overtuiging, even heilig van wandel als onbekrompen van levensbeschouwing, evenzeer doordrongen van het voorrecht harer zedelijk godsdienstige vrijheid als verdraagzaam jegens anderen — dat fantasme moest wijken voor het beeld eener werkelijkheid, die zonder twijfel minder liefebjk er uitzag, maar toch ten slotte ons — vrienden der werkelijkheid die wij zijn — vrij wat krachtiger aantrekt en boeit. Wat vroeger enkel licht scheen, licht van goddelijke reinheid en waarheid, bleek nu te zijn een glinsterende nevel, die al wat daarachter lag verborgen hield. Wie onzer zou zich niet verheugen, toen dat eentoonig witte licht der verheerlijking, door het prisma der kritiek ontleed, de werkelijke waarheid met al hare kleurschakeeringen ons te aanschouwen

Sluiten