Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan Maria ook een Voorbestaan, ja een bestaan van eeuwigheid en wel uit en door zich zelve zal toekennen. Nu reeds huldigt gij haar als de Eeniggeborene Dochter des Vaders, want, zoo ik mij niet bedrieg, dan is volgens u niets met haar te vergelijken onder het vrouwelijk geslacht, evenals niets met Jezus onder het mannelijke. Nu reeds huldigt gij haar ook als onze Beheerscheres... immers dat is zij, zijnde de Koningin des hemels en der aarde, om dezelfde reden waarom de Engel in Bethlehems velden met de herders sprekende, den Zaligmaker Heer noemde, omdat hij Hem namentlijk eerst als Christus, als Koning had betiteld. Ja, gij stelt haar nu reeds voor als eene, die, moeder van Gods Zoon zijnde, daarom ook moeder Gods mag heeten, als ware de goddelijke Natuur van Christus ook uit haar ontsproten. Welnu, ga voort, ga voort, — ik bid het u, blijf thans u zelf gelijk. Vader en Moeder moeten er zijn voordat er een zoon is, — de zoon gaat nooit aan de moeder vooraf. Wel kunnen wij gelooven, dat Christus, als Godmensch, uit de maagd Maria is geboren, doch dat Maria de Moeder Gods zou zijn, de Moeder van het Eeuwige Woord, de Moeder des Scheppers, en toch zelve een schepsel , en toch zelve niet eenmaal van eeuwigheid gegenereerd.... ziet, dat is eeuwig ongeloofelijk, want dat is niet boven, maar tegen de rede, dat behoort niet tot de redelijke Godsdienst, van welke Rom. XII vs. 1 de Apostel Paulus spreekt.

Indien echter Maria de Moeder Gods is, de Moeder van het Eeuwig Woord, zeg mij, hoe heeft dan toch de schrijver van den brief aan de Hebreën Christus durven noemen Priester in der eeuwigheid, naar de ordening van Melchizédek, d. i. zonder vader, (zonder menschelijken vader namentlijk — de bedoeling aldaar is duidelijk genoeg) zonder moeder, zonder geslacht, geen beginsel der dagen of einde des levens hebbende? En hoe heeft Christus zelf dan toch durven zeggen: „Wie is mijne moeder en wie zijn mijne broeders? Een iegelijk die den wil mijns Vaders doet, die is mijn broeder en zuster en moeder!"■ Eerwaarde Grijsaard! Zeg mij, zouden deze woorden geene heiligschennis in zich

2

Sluiten