Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaring van Jezus woorden steunende is. Alleen rest dus nog de leer over het Heilig Avondmaal. Dezelfde methode volgende als bij de beide eerste punten in questie, zoo moeten wij dan ook hier allereerst onderzoeken of de viering van het Heilig Avondmaal in de Roomsch-Catholieke Kerk zelve, al dan niet op eenheid kan bogen. Met dat onderzoek hangt ten naauwste zamen de exegetische questie over de beteekenis der woorden: „Dat is mijn ligchaam!" Met een terugblik op al het reeds verhandelde zet ik dus deze stelling ter. nadere ontwikkeling voorop: Indien het H. Avondmaal in uwe kerk op eenheid zich beroemen kan, dan is het inderdaad het H. Avondmaal gelijk het door den eenigen Heiland is ingesteld, en gelijk het naar zijn eigen leer en wil moet gevierd worden. Helaas echter Eerwaardige Grijsaard ! ook in het H, Avondmaal der Roomsch-Catholieke Kerk kan ik geen eenheid aanschouwen, doch wel wederom tweeslagtigheid en veelslagtigheid. Wat toch aanschouwen wij als wij eene Roomsch-Catholieke Kerk binnentreden waarin juist de maaltijd des Heeren gevierd wordt ? De priester geeft aan de leeken het brood of het ligchaam van Christus, Daarna evenwel neemt hij den kelk en drinkt zelf alleen den wijn of het bloed van Christus, zeggende: Voor ulieden allen! Zoo vieren dus de geestelijken op eene andere wijze als de leeken één en hetzelfde Heilig Avondmaal, en wel de leeken onder één teeken of ééne gedaante, zooals men het noemt, de geestelijken daarentegen onder beide de gestaltens. Hier vraag ik nu: Moet dat eenheid heeten of tweeslagtigheid?

Doch laat ons onderzoeken waarom toch wel de leeken slechts onder één teeken, en de geestelijken onder beide teekenen Avondmaal vieren? Eén teeken is reeds voldoende... zoo leert de kerk, want Christus noemde het brood zijn ligchaam, en waar het ligchaam is, daar is van zelve ook het bloed aanwezig als in het ligchaam zijnde, evenals omgekeerd waar het bloed is ook het ligchaam zich van zelf daarbij moet bevinden als van het bloed niet te scheiden. Onder elk teeken geniet men dus den ganschen Christus, evenwel zoo dat toch in het teeken dat men geniet, door het zwaard des

Sluiten