Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overen. Christus toch heeft, zooals wij reedis gezien hebben, het Apostolaat ingesteld en wel een voortdurend, blijvend, om zoo te zeggen eeuwig Apostolaat, vaa waar er dan ook ia de kerk altijd Apostelen of Apostolische mannen geweest zijn. Onder die Apostelen nu had elk steeds zijne eigene plaats, en een was er Eerste onder evengelijken. Ten tijde van Jezus zei ven en ook na diens hemelvaart was Petras die eerste onder evengelijken; later weder anderen, dien gij dus, indien gij dat zoo wilt, inderdaad opvolgers van Petrus kunt noemen. Nooit heb ik evenwel gelezen dat Jezus een koning zou hebben aangesteld, van aardsche pracht en glorie naar 't uitwendige omgeven; doch wel dat dit juist, zooais wij reeds aantoonden, de gronddwaling is geweest van het volk van Israël, het volk der Godsregering, en de overvloedige bron der overige dwalingen als afgodery, beeldendienst en wat niet al. Misschien zult gij hierop antwoorden dat God bet toch later, toen het volk om zoo te zeggen met vragen niet ophield, zelf heeft toegestaan dat de komnklijke waardigheid zon worden ingesteld, 't Is waar Eerwaardige Grysaard! doch laat ons niet vergeten dat zulks geschied is ten tijde der Oude Bedeeling. Van af David heeft God toen die koningen geschonken als voorloopers en voorafschaduwingen van den toekomenden Messias. In de boeken des Nieuwen Testamentes evenwel heb ik nooit zoo iets gelezen, doch wel dat voor allen nu de volheid des tijds, de' mondigheid daar was, door de komste van den Messias... dat dus nu voor allen het tijdstip van bezinning waa verschenen; en dat die Messias, de eenige ware Godgezalfde koning, nu aan de kerk gegeven heeft geen koningen en priesters, doch Apostelen, Profeten, Evangelisten, Herders en Leeraars, en wel tot volmaking der heiligen, tot het werk der bediening en tot opbouwing van het ligchaam van Christus, totdat wij allen zullen gekomen zijn tot de eenheid des geloofs en der kennis van den Zoon van God, tot een volkomen man, tot de mate der groote van de volheid van Christus; opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden door allerlei wind van

Sluiten