Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den voorrang van naar Gods beeld geschapen te zijn. Hij wilde als God zijn en weten wat goed en kwaad is. Dit weet hij wel is waar tot heden nog niet; maar hij ervaart het in het leven, en zucht onder den last van het booze, zonder zijne verborgenheid te begrijpen. Gods ontferming is een van die stille middelen, waardoor God de zege des boozen verhindert. Dit ontfermen baarde de genade, en de genade gaat aan onze zijde als een Engel Gods ter onzer bescherming. De Schrift is de openbaring der genade, en de adem des monds Gods. Zij leert, straft, kastijdt, verbetert, opdat de mensch Gods, die zich aan de tucht der genade overlaat, volmaakt, en tot alle goed werk en eindelijk tot het leven met God bekwaam worde.

De Schrift openbaart ons de bedoelingen van God en die van Satan; verhaalt ons den gang van den strijd tusschen licht en duisternis, tot op de zege op Golgotha. Van daaraan verkondigt de Schrift den loop der dingen tot aan het gerigt over het booze en de voleinding der zege in de vernietiging van hetzelve.

Daar de Schrift echter niet alleen een verhaal der verledenheid bevat, en ons niet zoo als de wereldgeschiedenis de toekomst bloot vermoeden laat, maar ons voor de gevaren, die ons bedreigen, waarschuwen en beschermen wil, zoo moest er iets meer geschieden. De gebeurtenissen, in welke God onmiddelijk ingrijpt, moesten ook aangeduid en haar verband met de toekomst alsmede ook haar invloed op dezelve, aangewezen worden. Dit moest echter naar de liefde Gods niet alleen door gevolgtrekkingen uit de verledenheid, maar in bepaalde voorzeggingen van de gebeurtenissen die toekomstig zijn, geschieden. In een woord,, de openbaring Gods moest zich boven alle menschelijke geschriften door een vast, profetisch karakter onderscheiden. Zij moest eene Schrift zijn, die in de duisternis der toekomst schijnt, en door den nacht der onzekerheid, van lijden en gevaren tot aan den dag geleidt, waarop geen nacht meer volgt.

Dit brengt ons alzoo tot het eigenlijke onderwerp van dit geschrift tot de Profeten en voorzeggingen. Wij zijn er ver van daan, om in den misslag van vele wolmeenende zielen te vallen en ons in

Sluiten