Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de menschen magt heeft verkregen. »Daarom dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden," (2 Thess. II vs. 10) zijn zij voor de leugen vatbaar geworden. De Heer beschrijft dezen toestand in nadrukkelijke woorden: «Gij zijt uit den vader den Duivel en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een menschenmoorder van den beginne en is in de waarheid niet staande gebleven; want geene waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zoo spreekt hij uit zijn eigen: want hij is een leugenaar en een vader derzelve leugen" (Joh. VHI: 44) De ergste van alle leugen, is echter de afgodendienst en afgoderij, welke de H. Schrift allerkrachtigst op de volgende wijze schildert: »En zij (de Israëlieten) dienden hunne afgoden en zij werden hun tot eenen strik. Daarenboven hebben zij hunne zonen en hunne dochteren den Duivelen opgeofferd. En zij hebben onschuldig bloed vergoten, het bloed hunner zonen en hunner dochteren, die zij den afgoden van Kanaan hebben opgeofferd." (Ps. CVI: 36—38). Zoo als de getrouwe aanhangers van God, kindereu der waarheid genoemd worden, zoo worden de afgodendienaars, kinderen der leugen genoemd! Maar gelijk zij, welke licht en leven, waarheid en hulp bij God in het geloof zoeken, zich over den bijstand van hemelsche krachten mogen verheugen; zoo zijn ook diegenen, •welke de waarheid Gods in de leugen veranderd hebben" (Rom. I: 2 enz.) aan de verleidingen, begoochelingen en misleidingen van den leugengeest uit den afgrond blootgesteld. Het Oude Testament is rijk aan voorbeelden van deze soort. De toovenaars van Egypte, de sterrekijkers van Babel, de waarzeggersgeesten en orakels van eenen God te Ekron (2 Kon. I vs. 2 en 3) en vele andere voorbeelden getuigen er van, dat God kennis nam van deze daden der hel. De geschiedenis van elia en der Baaipriesters is een bewijs der Goddelijke barmhartigheid. God buigt zich neder op de beden van zijnen Profeet, om Israël nit de leugen van baSl te redden. Nog ernstiger treedt de tegenstelling tusschen leugen en waarheid in het Nieuwe Testament te voorschijn. De leugen vindt echter in het bedorven menschelijk hart een bondgenoot, wien naauwcliiks de Heiligen wederstand bieden en die zelfs

Sluiten