Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den adem van den Geest Gods vielen. Maar de God, dien adam aanbad, met Wien henoch wandelde, Wien noach otterde en Dien abraham geloofde, Die Israël zijne heerlijkheid toonde, enz. is nog altijd dezelfde. Zijne volgelingen vermeerderen van dag tot dag. De zielen, die Hem zien, verblijden zich heden als voor 4000 jaar over hare redding (Gen. XXXII : 30) en gaan als simeon in vrede heen.

Zoo lang deze daadzaken vaststaan, zal het den vorst van den tijd nooit gelukken, om zich tot heer over den Geest der eeuwigheid op te werpen, of om over Hem te zegevieren. Wij gelooven in deze stellingen de groote verborgenheid: «wat God en de menschen en de wereld is?" zoo tamelijk getroffen en uitgesproken te hebben. Gelukte het een werktuig Gods, dit tot eene duidelijke bewustheid bij-, tot eene levendige erkenning door de menigte te brengen , dan zou op eens het doel Gods bereikt, en de geest der eeuw voor altijd door den Geest der eeuwigheid overwonnen zijn.

Dat echter de menschen met bewustheid den geest der eeuw huldigen , hem dienen en zich tot slaven van denzelven stellen, om den Geest der eeuwigheid te wederstaan: dat is de zonde der wereld en hare straf! »Saul, saul ! wat vervolgt gij mij? Ik ben jezus, dien gij vervolgt. Het zal u hard vallen, de prikkels tegen de verzenen te slaan." De kinderen Gods hopen van oudsher op den zaligen tijd, wanneer Satan geheel overwonnen, de zonde weggenomen en het goede alleen geldende en heerschende zal zijn. Alle verwachtingen en pogingen der edelste kinderen Gods zijn op dat doel gerigt; zij hopen op de verwezenlijking van hunne vermoedens. Deze tijd is het, die alle Profeten wenschten *e zien. Zoo dikwijls de Heere Zijn volk bezocht, geloofden de betere, door Satan onoverwonnene zielen, dat de magt der zonde verbroken was. Daar brak in een' diepen middernacht voor de wereld, de morgenglans der eeuwigheid, in de openbaring des Heeren, aan. Sedert worstelt de duisternis met het licht, zoo als zij van den beginne geworsteld heeft. In het Paradijs, was het licht als de dag, De Heere was licht en zon. Toen kwam dc duisternis en worstelde met het licht. Het verduisterde, lot dat het in

Sluiten