Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hem volkomen zullen kunnen dienen,'dal zij aan Hem, hunnen dierbaren Middelaar, volkomen gelijk zullen zijn.

Doch len anderen zeiden wij, dat deze genadige verkiezing Gods nog een ander niet minder hoogst gewigtig doel had, met betrekking tol God zeiven. Dit drukt de Apostel uil in vs. 5a in of liever lot zich zeiven; vs. 6a, lol prijs der heerlijkheid zijner genade.

Deze laatste uitdrukking of wijze van spreken komt meermalen in de H. Schrift voor. Het was niet zelden de gewoonte bij de Hebreen, om, indien zij iels groots en voortreffelijks wilden te kennen geven, twee zelfstandige naamwoorden bij elkander te voegen, waar wij in onze taal een bijv. naamwoord gebruiken, en zoo hebben wij dan ook hier door de heerlijkheid zijner genade te verstaan, zijne , dat is Gods, heerlijke, uitnemende , alles overtreffende genade. Het, was zijn eeuwig en vrijmagtig welbehagen, dat dezélzijne heerlijke, allesovertreffende genade zou worden geprezen, geroemd en verheerlijkt; daarin werd Hij zelf, zijn Persoon en Wezen, hetwelk van zijne werken niet te scheiden is, verheerlijkt. Daartoe had Hij den mensch geformeerd, opdat die boven alles in de schepping zijnen lof zou verkonden; maar door diens afval en ongehoorzaamheid van Hem ten eenemaal daartoe buiten staat gesteld, behaagde het Hém gedachten des vredes en der genade te openbaren, en in christüs jezus , zijnen Geliefde, eenigen van kinderen des toorns over te brengen en als zijne kinderen aan te nemen , opdat deze die heerlijke genade zouden roemen en verheerlijken.

En in waarheid , wie zijn dan geschikter voorwerpen dan zij, die den rijkdom zijner genade hebben ondervonden; het afdruksel derzelve als 't ware in zich omdragende'— valen zijn der barmhartigheid, bereid tot heerlijkheid. Wie zijn beter en geschikter voorwerpen dan zij, die terug kunnen zien, wat zij zouden geweest zijn, zoo de Heer hen niet in ontferming had willen aanschouwen, — die het met hun gansche hart zullen willen erkennen, dat zij, diep ellendigen in zich zeiven , alles verbeurd hadden door de zonde, en niets hadden, waarop zij zouden hebben kunnen pleiten, niets te wachten dan het strenge oordeel des doods; maar die nu in den Zoon van Gods liefde hunnen Borg en Middelaar, de uitdelger van al hunne zonden en schuld, door het geloof mogen aanschouwen,

Sluiten