Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaal; die hen regtvaardig étt reglmalig had kunnen overlaten aan hen zeiven, had kunnen laten liggen in hunnen diepen val, en wiens doen, ook in hun verloren gaan, nog geweest zou zijn majesteit en heerlijkheid, terwijl zij Hem ook hierin nog zouden hebben moeten loven en billijken; te meer, naardien zij het voor God en de wereld moeten getuigen, dal zij uit henzelven nimmer naar Hem zouden hebben gevraagd noch omgezien. Niet toch, getuigt johannes, (1 Joh. IV:10a) niet dat wij Hem hebben liefgehad, maar dat Hij ons allereerst heeft liefgehad, en zijnen Zoon gegeven heeft tot eene verzoening voor onze zonden. — En wat mogen en kunnen ze dan niet hopen en verwachten van Hem, dien het niet aan magt ontbreekt om zijn eenmaal vast bepaald raadsbesluit ten uitvoer te leggen, die gewillig is bet te volbrengen, en daarvan de blijken en bewijzen gegeven heeft in de zending en overgave van zijnen eenigen Geliefde tot den dood des kruizes, en die, als de onveranderlijk Getrouwe zijne beloften lot in de minste bijzonderheden vervullen zal; want bergen mogen wijken eu heuvelen mogen wankelen; maar mijne goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere, uw Ontfermer, (Jes. LIV : 10.)

Hij zal ze dan ook niet aan henzelven overlaten, maar overal waar zij zich bevinden, onder alle omstandigheden waarin ze verkeeren, het oog in liefde en ontferming op hen gevestigd houden.

Het is waar, zien ze op zichzelven, vragen zij het zichzelven af, hoe zij omtrent Hem verkeeren moesten, slaan zij eenen blik op de opwellingen en bronnen van hun bedorven hart, dal ze nog in zich omdragen, dan is het: ontrouw, ontrouw, dat hen van alle zijden toeroept; gedurig van Hem afgeweken, of vervoerd door de aanlokselen der wereld, of verlokt in de strikken van den vorst deiduisternis, die hen van overal gespannen slaan. Met den Apostel gevoelen zij eene wel in hunne leden, die strijd voert tegen de wet huns gemoeds, en die hen gevangen houdt onder de wet der zonden. Zwaar is de strijd, die zij hier gedurig te strijden hebben legen zoo vele magtige vijanden om en in hen; een weinig achteloosheid, een weinig sluimerens, en zij zijn van den weg afdedwaald, en in de magt der vijanden gevallen. Evenwel, hunne on-

Sluiten