Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwige leven, die den Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, de toorn Gods blijft op hem; — gelooft in den Heere jezus christüs, en gij zult zalig worden; want zoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijnen eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hehbe. (Joh. 111:56, Hand. XVII : 51, Joh. III : 16.) Hoe is het bierin met ons gelegen ? gelooven wij in den Zone Gods ? Maar dan moeten wij ons ook geheel aan Hem overgeven en toevertrouwen, dan moeten wij Hem ook in alles erkennen, zoo als wij Hem noodig nebben, dan moeten wij er ook begeerig naar staan, om zijne bevelen op te volgen, dan moet daaruit ook als van zelve voortvloeijen, dat wij lust en verlangen openbaren der zonde vijand te zijn, en heilig en onberispelijk voor Hem te zijn in de liefde. En nu dan, de hand op het hart, en het ernstig onderzoek als in de tegenwoordigheid van Hem, die harten en nieren proeft, begonnen. Hoe is uw leven voor God? wat is uw lust en uwe begeerte ? En ö! hoe velen worden er gevonden, die nog nimmer die vragen tot zichzelven gerigt hebben ; hoe velen, die door hun leven in de dienst der zonde en der beslommeringen der wereldsche dingen, eene geheel tegenovergestelde begeerte aan den dag leggen.

Niet alzoo M. H.! Zoo lang gij alzoo voortgaat, en geen' anderen lust en verlangen openbaart, dan tot hiertoe geschied is; gij moogt u verbeelden dat uw staal voor de eeuwigheid vast en zeker is, gij moogt bij de aanklagt van een beschuldigend geweten u vleijen met Gods barmhartigheid en genade, maar gij misleidt uzelven, gij kunt zoo lang gij alzoo voortgaat, nimmer zeggen tot degenen te behooren, die de Heere heeft uitverkoren, noch eenigen troost uit dit leerstuk voor uwe zielen putten, en gaat gij op den door u ingeslagen weg voort tot aan het einde van uw leven, dan zal het in de eeuwigheid blijken, dat gij niet tot het getal der door God van eeuwigheid uitverkorenen behoordet.

Evenwel, hoe lang ook in de zonde voortgegaan , boe menigmaal Gods wet overtreden , boe snood zijne heilige majesteit geschonden, nog is het niet buiten hope, als er opregt leedwezen en berouw over het bedreven kwaad wordt getoond, en gij begeert er van ontslagen te worden, want dan roept de Heer :■ al waren uwe zonden als schar-

Sluiten